Indië/Indonesiëlaatste
bijgewerkt 13 oktober 2009 intro- tevens
waarschuwingHet draait bij Oooom Piet allemaal om Indië en Indonesië.
Alles wat wij verkopen komt uit Indonesië. Het startkapitaal voor
Oooom Piet komt uit Indië. Lexa begon Oooom Piet met het geld van haar
echte oom Piet, die december 1911 geboren werd op de Suikerfabriek Gempol even
buiten Tjeribon/Cirebon op Java. Dit stukje van de site gaat over de familie
en de wortels van Lexa Jaffe-Klusman. Lexa's oom Piet James en haar peetoom
Lexis Klusman, haar moeder Mieneke Klusman-James en haar vader Jean Klusman, haar
peetopa Alex en haar oma Jeanne Klusman-Sassin, opa Frits en oma Toos James-Ament
werden allemaal in Indië geboren. Zijn allemaal in Europa overleden. Dat
geldt ook voor al haar overgrootouders, misschien op Grandpapa Sassin na, maar
zeker voor zijn vrouw, die Lexa nog even gekend heeft na de oorlog, in Den Haag,
en naar wie zij ook vernoemd is. Dat was Grandmama Elisabeth Sassin, geboren Rogge,
maar er Chinees uitziend. Het gaat dus over een koloniale familie en Indische
Nederlanders. Het gaat ook over Indonesië, zoals dat er in haar ogen
uitziet, en over de mensen daar die zo moesten vechten voor hun onafhankelijkheid
van Nederland. Zij vindt haar voorouders, onder wie ook slavenhouders, en
dus ook slaven, al tellen die in de stamboom niet zo mee, inlanders dus-
oh besmette woorden, echt geen penduduk, bezetters. Maar wat waren die
kolonialen met hun grote huizen en talrijke bedienden en veel geld dan wel
? Die zogenaamde repatrianten die terug gingen naar een land dat
ze nog nooit eerder gezien hadden? Lexa- buitenkampkind
en repatrianteLexa is in 1941 in Bandoeng/Bandung geboren, vlak voordat
Japan haar geboorteland bezette. Haar vader ging toen Lexa 3 maanden oud was als
krijgsgevangene naar Japan en het Klusman-gezin werd pas in december 1945, na
precies 4 jaar, in Batavia/Jakarta herenigd. Na nog even in Makassar/Ujung
Pandang te heben gewoond voer de familie, allemaal in onze voormalige kolonie
geboren, in de voorzomer van 1946, op dezelfde boot als oom Lexis, haar peetoom,
en tante Jane, ook in Indië geboren, naar Nederland. Daar vond het gezin
van ontwortelden, in een klein, vlak en regenachtig land met woningnood, onderdak
bij vrienden en familie- maar werd daarvoor wel opgesplitst. Oom Lexis en
tante Jane trokken al vrij snel verder, naar Hong Kong, want oom Lexis werkte
voor Internatio, en die maatschappij was, niet ten onrechte vermoed ik, in het
Indonesië van Soekarno, "die met de Duitsers had geheuld" volgens
Mieneke Klusman, niet meer welkom. En Hong Kong was toen nog deel van The British
Commonwealth, dus je kon daar in een heerlijk groot huis wonen in een lekker klimaat.
Lexaatje was blond, maar een donkerdere oudere broer en zus werden op straat tot
pindachinees uitgeroepen, op weg naar de psalmenzingende school van het gastgezin.
Lexa vond Op de Grooote Stille Heide een prachtig lied, maar toen het gezin,
verrijkt met een kleine baby, met z'n zevenen weer bij elkaar kon wonen in een
klein bovenhuis werd Lexa van de School met de Bijbel af gehaald en ging zij naar
een erg leuke Montessorischool. Daar was een Hertenkamp met allemaal leuke beesten
en Lexa zat aan een tafeltje bij het balkon van de mooie villa die school was
geworden. Lexa bofte. Lexa herinnert zich blokken op de trappers van de voor
haar te grote fiets in Voorburg, maar ze weet zich echt niets te herinneren van
die eerste jaren van haar leven. Oorlog in Bandung. Oh nee- toen nog Bandoeng.
Verdrongen?? wortels watergevenIn elk geval
was zij er verbaasd over dat ze zich zo direct 'thuis' voelde toen zij in 1996,
50 jaar na haar verkassing naar het kille Nederland, rondreisde in Indonesië
met haar Amerikaanse man en jongste dochter. Verdrongen- vergeten, maar toch:
Tanah Air Kita, 'ons land en water', Lexa's geboorteland. Ook de taal voelde
meteen 'eigen'. Haar sterrenkundige echtgenoot was zo slim geweest om aan te
bieden een praatje te houden voor de astronomen in het prachtige Bosscha Observatorium
in Lembang. Dus werden ook Lexa en dochter Jenny door de zoons van Professor Bambang
Hidayat, in 1996 nog directeur van de Sterrewacht, gastvrij op eten en drinken
getracteerd. En als zij door zijn sopir werden rondgereden, met een aardige
studente als gids, zat Lexa voorin, om haar Indonesisch te oefenen, want zij had
bij het Instituut Indonesische Cursussen wel 8 avonden les gekregen in het Bahasa
Indonesia. Lexa bofte. Ook omdat niemand in Indonesië er een probleem
van leek te maken dat zij een Belanda en een bule, een Hollandse
en een bleekscheet was. Maar zij was wel gado-gado- 'ratjetoe', dus 'gemengdbloedige',.
Lexa bofte ook dat ze thuis altijd de Indische woordjes en klanken om zich heen
had gehad- grapjes makenen plagen zijn manieren om vrinden te maken in Indonesië.
Komang vertelde mij dat vele jaren later- maar ik wist dat al. In 1998
kreeg Lexa een eigen kamar binnen Komangs familie-erf op Bali, en ze voelt
zich lid van een grote pleegfamilie, over een aantal eilanden verspreid. Want
Lexa vindt dat zij als anak Bandung kind van het land is, en dus slaapt
ze liever niet als toerist in een hotel, maar weet ze heel pintar zich
telkens weer te laten uitnodigen bij mensen thuis, bij Wafiq en zijn familie on
tante Tuti op Java, maar ook op Flores en Sumba en Madoera- waar zij maar een
paar dagen was. Want Lexa mag / moet als intiatiefnemer en uitvoerend directeur
van de 16 september stichting, het familiestichtinkje achter Oooom Piet, vaak
naar haar geboorteland terug om inkopen te doen voor Oooom Piet. Tja- geen winstoogmerk
betekent toch niet dat je geen plezier ergens aan mag beleven? En ik zei het
toch al: Lexa is een bofferd. Indië en Juf
Lexa's moeder Mieneke, oom Piets grote zus, is de derde van links op de badpakkenfoto
uit 1917. Ik denk dat Opa Frits James zelf die foto heeft genomen, met statief
en self-timer. Hij staat helemaal rechts naast Oma Toos James-Ament. Links van
Oma staat Juf, Caroline de Corte, met aan haar hand
? Ja, Oom Piet zelf!
Het lachende Omaatje uit onze briefkaartserie dat u in de kolom links kunt zien
heeft wel iets van de Juf uit mijn eigen kinderjaren- en grappig genoeg vinden
veel Indische klanten haar "net mijn moeder / oma". Juf was een
soort Indische oma voor ons."Indië" betekent voor iedereen iets
anders. De familie van mijn moeder zat al heel lang in Indië, vooral de familie
van haar moeder, Toos Ament, van de Ament Suikerfabrieken, bij Tjeribon/Cirebon.
Van haar kwam ook "het Indische bloed", dat ons tijdens de 2e wereldoorlog
buiten het kamp hield. Mijn vaders ouders werden allebei in Semarang geboren,
en zijn moeders moeder ook, met bij mijn overgrootmoeder Elisabeth Rogge een deels
Chinese achtergrond. Mijn vader's vader's vader kwam met zijn vrouw uit Amsterdam,
waar hij timmerman was. Deze overgrootvader zocht en vond eind 19e eeuw zijn geluk
in de handel in de Oost, en de meeste van zijn kinderen werkten net als hun vader
bij Internatio. Mijn moeder had wel eens moeite met de manier waarop mijn
Opa Klusman met zijn (nieuwe!) geld omging.'Nouveaux riches', nieuwe rijken, daar
keek Mieneke een beetje op neer. Zou ik het toch van haar hebben dat ik mensen
die laten merken dat ze rijk zijn niet vertrouw? Nou ja- als je naar Suharto en
Zoons kijkt... Juf staat centraal in wat ik als "echt Indisch" zie,
het goede en het slechte daarvan. En dan denk ik zowel aan Juf zelf als aan haar
verhouding met mijn koloniale familie. Grote trouw wederzijds en schrijnende klasseverschillen
die gebaseerd waren op hoeveel Indisch bloed er doorheen was gefladderd- om het
op z'n Jufs te zeggen. Juf zat eind 19e eeuw met Toos Ament op het ondernemingsschooltje
van suikerfabriek Gempol bij Tjeribon. Zij heette Lien de Corte en haar vader
werkte op de onderneming. Toen de dochter van de directeur, Toos, getrouwd was
met ir. Frits James vroeg zij of Lien, ondertussen kinderjuffrouw en toevallig
zonder baan, bij haar wilde werken. "Maar je begrijpt wel", aldus het
verhaal, "dat ik dan niet meer Toos ben, maar mevrouw." Juf begreep
dat heel goed, Lexa wat minder. Juf voelde zich heel Hollands en kon prachtig
vertellen over die spannende oorlog hier, die wij in Bandoeng mis waren gelopen.
En gehuld in een bontjas waar ze haast in verdween, zoals ook Koningin Wilhelmina
die droeg, sjouwde zij met een grote vlaggestok om Juliana's troonsbestijging
vorstelijk in te kunnen luiden. Toen de familie James naar Nederland migreerde
(om een modern woord te gebruiken voor wat ook vaak "repatriëring"
wordt genoemd), woonde Juf lang bij Tante Tottie, bij de zwemfoto nog niet geboren,
en ook een aantal jaren bij Oom Piet in Zweden. Later kwam Juf minstens eens in
de week bij ons eten. Zij gaf Jeannette, de jongste (in Holland geboren- wat een
trauma!) elke week "zakgeld", en breide een prachtig dekentje voor haar
Schildpad-pop, en later breide zij een grotere voor mijn eerste baby. Of kreeg
die hem alleen via mijn grote zus Jankie, die mijn kinderen zoveel leuks (door)gaf?
Ach- bij familiegeschiedenis gaat het vooral om het idee en het gevoel. Het
gevoel dat Juf ook voor de kleinkinderen van Toos en Frits James niet weg te denken
is uit hun jeugd. Dat is een belangrijk aspect van Indië: sterke familiebanden
en trouw aan wie je dierbaar is- ook al wist Mieneke zich de harde meppen met
Jufs slof en met de sapoe lidi nog maar al te goed te herinneren. Tja,
dat Indië... [ naar boven ] Indonesië
Indië is niet in één beeld te vangen. En ook Indonesië
bestaat uit zoveel verschillende mensen, op zoveel eilanden, met zoveel talen,
culturen, religies en economische omstandigheden, dat er niet één
verhaal over te vertellen is. Wat u hier vindt is een aantal ideeën en
verhaaltjes vanuit een persoonlijke invalshoek, met foto's uit familie-albums
of tijdens inkoopreizen gemaakt. Bij mijn nieuwe, Indonesische, familie ben
ik soms Oma Lexa, soms Bò Ketut, wat op Bali "mijn als vierde geboren
zusje" betekent. Oooom Piet's hoofdkwartier ligt in Blahpane, op Bali, waar
wij op het familie-erf van Komang Anantara zelfs een eigen kamar hebben.
Maar nu hij een prachtig eigen huis heeft gebouwd mogen we daar niet meer slapen.
Zijn moeder is niet erg gezond en zijn broer werkt vaak in nachtdienst en heeft
recht op een eigen kamer, dus in augustus 2009 moest die arme Lexa weer verkassen.
Naar een heerlijke kamer met uizicht op sawahs en een heuse douche in de
royale badkamer- het woord kamar kecil, 'het kleine kamertje', klopt hier
echt niet! Bovendien is er een van Oooom Piet gekregen computer, met internetverbinding
via een snelle lijn en komt de familie uit het oude huis geregeld even buurten.
En er zijn veel meer kuikentjes die echt kip of haan worden, omdat het niet zo
vlakbij die snel stromende sungai ligt, waarin veel domme kuikentjes aan
een te vroeg einde kwamen. En de rindik, de bamboefoon, is meeverhuisd,
een complete set zelfs, waarop vader Komang en misschien wel nog talentrijker
zoontje Agus vaak 's avonds mooie muziek maken. En de meester, Nasta, Komangs
oom, komt ook vaak even spelen. Daarnaast logeer ik voor de gezelligheid graag
bij Cok, de kebayanaaister die al sinds 2004 rond de Pasar bij ons in Leidenmeer
dan een maand inwoont en in 2009 extra lang bleef. en daarom als een pleegdochter
voelt. Al sinds mijn eerste reis naar Indonesië in 1997 kom ik ook geregeld
bij vrienden op Nusa Penida, zustereiland van Bali. Ook op Lombok voel ik me welkom
bij een bevrinde Hindoefamilie in Gumese en op Sumatra en Java zijn wij vaak hartelijk
ontvangen door familieleden van Oooom Piet's erenichtje Heri Lahamid. We hebben
ook overnacht bij Heri's kos in Bukittinggi, bij Tari's familie in Nggringging,
op de grens van midden- en oost-Java, bij Eppy en Rambo op Flores, bij Rambo's
en Freddy's families op Sumba, bij batikmakers op Madura en in Solo en bij onze
favoriete dalang, Ledjar Subroto in Yogya. En in Kota Gede bij Jogja hopen
wij nog vaak in te trekken bij Wafiq en zijn gastvrije gezin. In Jakarta werd
de rode loper voor ons uitgerold door Eddy, die ons boutique-achtige winkels liet
zien, internationale zeer haute cuisine liet proeven en in Hotel Kempinski
liet logeren, met een kamer met echt alle comfort. Met de bedoeling dat wij ons
beeld van Indonesië als land van armoezaaiers bij zouden stellen. En toch
genoten wij het meest van die laatste avond gezellig met de bevriende medewerkers
van Eddy en met de chauffeurs sateh eten langs de weg- in ons Indonesië.
Indonesië is telkens weer anders- hoge kaste, lage kaste, veel of weinig
geld, hoge of zelfs geen opleiding, Hindoe, Moslim, Christen, Boedist. Deze anak
Bandung blijft geboeid door al die verschillen in haar geboorteland. Ook blijf
ik me verbazen over hoe moeilijk het is de adat, gewoontes, manier van
in het leven staan, goed te interpreteren- een misverstand ligt in een klein hoekje!
Soms wordt het dus uithuilen (of kwaad worden) en opnieuw beginnen, maar
meestal toch: genieten van de warmte en het je gekoesterd weten. [ naar
boven ] Tempo Doeloe- wat er nog van te vinden
isIn 1996 ging ik terug. Indië was ondertussen Indonesië- een
naam die tot jaren na de oorlog in de familie taboe was. Ik ging er eigenlijk
van uit dat Indië naar Den Haag was verhuisd, en dat ik in Indonesië
weinig te zoeken had. Maar na 50 jaar greep ik toch de kans om met mijn man mee
te reizen naar mijn geboorteland. Bij het Instituut Indonesische Cursussen in
Leiden volgde ik een basiscursus Bahasa Inonesia. En met mijn moeder wisselde
ik briefkaartjes uit in mijn woordenboek-Bahasa en mijn moeders mengeling van
Pasar-maleis en Indonesisch. Om te oefenen. Maar ook omdat de 88-jarige zo graag
zelf die reis had willen maken. De 54-jarige dochter genoot van Mammie's medeleven,
dat ook na die reis duidelijk bleek. Alle brieven en foto's en meebrengsels werden
samen nog 's besproken en bekeken, en we maakten zelfs plannen voor een gezamelijke
reis. Met man en dochter had ik ook de Merdikalaan
in Bandoeng opgezocht en het doktershuis waar ik vlak voor het uitbreken van de
tweede wereldoorlog in geboren werd. Jean Klusman was daar lichtarts en Mieneke
Klusman-James stond er tijdens de oorlogsjaren aan het hoofd van een soort vrouwencommune.
Jean was vier jaar lang krijgsgevangene in Japan, maar Mieneke kreeg het stempel
Belanda Indo en bleef daarom met haar vier kinderen buiten het kamp. Zij
verhuurde kamers aan vrouwen die ook het kamp niet in hoefden- maar wel onderdak
nodig hadden. Het huis is nu een politiebureau- heel mooi, met een grote waringinboom,
met veel motor- en bromfietsen van de werknemers eronder, en wagentjes met tahu
isi en satééh! En we gingen naar Semarang, geboortestad
van mijn vader en van zijn ouders en van zijn moeder's moeder. Ik kreeg fotootjes
mee van het huis dat mijn Opa Alexander Klusman in Tjandi bouwde, boven Semarang.
We vonden inderdaad dat in het begin van de 20e eeuw gebouwde huis weer terug,
met de hulp van mensen die ons graag hielpen zoeken aan de hand van die kleine,
indrukwekkend oude foto's. De chauffeur vroeg of we ook naar het kurkòp
wilden. ?? Oh! Het kerkhof. Met de keurig onderhouden oorlogsgraven van de tijdens
de politionele acties omgekomen Nederlanders. Pas in
2002 gingen we naar Cirebon/Tjeribon en naar Tegal, waar mijn moeder geboren werd.
Opa James werkte daar als smalspooringenieur. Langs de weg in Tegal at ik iets
mysterieus dat mij als specialiteit van Tegal was aanbevolen. En opeens zat ik
weer in de keuken in Voorburg, en proefde mijn moeders kerriesoep! We gingen ook
naar wat er over was van de P.G. Gempol, de Pabrik Gula, suikerfabriek, waar oom
Piet geboren werd. Verbazingwekkende grote raderen en opslagtanks. We zagen ook
de rangeerruimte met een heel stel locomotieven. Van het spoortje dat Opa James
aanlegde toen hij directeur werd van de Ament suikerfabrieken zagen we niet veel
meer. Destijds was dat heel controversiëel en te modern voor een deel van
zijn schoonfamilie. Opa James werd geboren in Fort de Cock, waar ik in 1999
en 2000 Heri opzocht toen zij een jaar op haar Nederlandse visum moest wachten.
Het heet nu Bukittinggi, en ik leerde er hoe jonge moslimvrouwen het hebben in
hun kos, dat wil zeggen: op kamers. Op een rijtje naast elkaar in bed, spelen
met de kinderen van de huisbaas en om beurten voor de spiegel om de jilbab, de
sluier, elegant gedrapeerd vast te spelden. En achter het huis de aapjes voeren.
Ik herken nu van alles in de verslagen van de twee Sumatra-reizen van Opa James.
Het eerste geschreven in 1906 toen hij nog by de Ned. Ind. Spoorweg My in Soerabaia
werkte. Hij beschrijft ook de vierdaagse treinreis van Oost Java naar Tandjong
Priok, de haven van het toenmalige Batavia. Ik logeerde een aantal keren in de
buurt van Tanjung Priok, in een echte volksbuurt in Cilincing, bij Heri's tante
Tuti. Ingenieur James bezoekt in 1906 ook Djocjakarta en de Kraton daar,
"door 15000 inlanders bevolkt". Bijna 100 jaar later kom ik daar tante
Mur ophalen, mijn gastvrouw in Yogya, als zij klaar is met lesgeven. Ik kwam zelfs
op de Indonesische televisie- de enige niet-Indonesische toeschouwer bij het millenniumfeest
van de in de Kraton gehuisveste apothekersschool. Schuin daartegenover koop ik
voor Oooom Piet kraton-pajoengs, mooi beschilderde parasollen. In de aloon-aloon
stonden een eeuw geleden "links de tygerhokken en de moskee". De tijgers
die ik zie bij de alun-alun zijn speelgoedmaskers. Volkskunst met papier maché
van oude schoolblaadjes. Opa James hield van volkskunst-
en van avontuur. Van 18 augustus tot 2 september 1914 reisde hij van Benkoelen
naar Palembang, dwars door Sumatra. Wie weet zet ik ooit nog zijn prachtige reisverslagen
op deze site- wie dat leuk vindt moet maar een aanmoedigend mailtje sturen. Hij
was een scherp waarnemer, maar zijn soms kritische commentaar is eerder praktisch
dan moreel of politiek. "De weg met de bruggen was juist ± 2 jaren
tevoren door de B.O.W. opgeleverd middels eenige duizenden dwangarbeiders, daar
er nagenoeg geen bevolking woont; over dezen weg had men ongeveer 10 jaren gedaan
!" En over iemand bij de mijnen die hij in 1914 bezocht: "Alleen
Jansen is te fanatiek;
Geeft zichzelf geheel en al, en eischt hetzelfde
van zyn personeel. Hoofdzakelyk uit economische redenen zorgt hy, om een voorbeeld
te noemen, voor een zéér goede voeding en gezonde huisvesting voor
zyn koelies". Zelf was hij niet zo fanatiek- maar wel een doorzetter. Hij
wilde zijn boot naar Palembang niet missen, en omdat hij volgens eigen zeggen
"zóó gedecideerd optrad" hielpen langs de rivier daarheen
de doesoen(=dorps)hoofden hem telkens aan 2 nieuwe roeiers zodat zijn boot in
5 en ½ uur 32 kilometer af kon leggen. Hij vond nog net tijd om de roeiers
"het zwaar-verdiende doch rykelyk extra-loon uit te betalen". Ooit komen
hier die oude Sumatra-foto's van Opa's reis in 1914. [ naar
boven ] In ontwikkeling: foto-verslagen van Indië en Indonesië-
albums familie Klusman-James-Ament vanaf 1882-1936 - Bandung - 1936-1946
- Indië-in-Holland - Voorburg en Den Haag - Sumatra, Pekanbaru - familie
Lahamid - Sumatra - met Heri in Bukittinggi - Sumatra, Pekanbaru - Heri
en Ferry's bruiloft - Indonesië-in-Holland - familie Wouda-Lahamid
- Indonesië-in-Holland - Cok, Komang, Wayang - Indië/Indonesië-in-Holland
- Pasar Malam Besar - Belahpane, Bali- de familie van Komang Ana - Java
- bij tante Tuti in Cilincing - Java - bij om Haris en tante Mur in Nogotirto
- Nusa Penida - Limo en de familie van Made Gata - Bali- agama Hindu,
Hindoe ceremonies en toebehoren - Bali- waar en bij wie wij onze spullen halen
- Yogyakarta - vakantie 1996-1997 - Yogyakarta - inkoopreizen 1998-2006
- Djokjakarta - het Yogya van Opa James - Nusa Penida - oud stukje Bali- Karang
en Tanglad - Nusa Lembongan, Ceningan en Penida- zeewier - Nusa Lembongan
- ceremonies en Mimpi Manis - Lombok - ooit kolonie van Bali- bij Ketut Reni
en Made - Lombok - Pringgasela - Lombok - ooit kolonie van Bali- 'Desa
Nusa' - Sumba - ikatreis 1998 - Flores - ikatreis 2000 - Java - van
Bogor tot Yogya - met Deni op inkoopreis - Java - van Bandung tot Surabaya
- de batik pasisir route |