Om te weten: waar en wanneer
Over Oooom Piet: hoe, wat, waarom
Ook belangrijk: wat wij verkopen
Ooooma Piet: onze kinderprogramma's en activiteiten
Plannen en Projecten
 
Tong Tong Fair- de vroegere Pasar Malam Besar
Indie/Indonesie: plaatjes en praatjes
English explanation
teman- vrienden van Oooom Piet, meer dan een winkel!
HOME
om te weten
contact
over ons
hoe/wat/waarom
ook belangrijk
winkelwaren
ooooma piet educatief
mimpi
dromen+plannen
 

pasar
tong tong fair

indië / indonesië
plaatjes+praatjesë
english
explanation
teman
vrienden+links

 

bezoekadres
alleen op afspraak

0655 391 341 - 071-5144802
oooompietinfo@yahoo.com

familie-achtergrond
oorlog en onafhankelijkheid
Lexa de repatriante
wortels
Indonesië
Indië en Juf
tempo doeloe
Bandoeng-Semarang
S.F.Gempol
opa James

hier komen later links naar
foto's van 1996-nu uit
INDONESIË
BALI- vooral Belahpane, Gianyar, en de familie van Komang Ana
YOGYAKARTA- vast punt op Java
NUSA PENIDA- Made Gata's eiland
NUSA LEMBONGAN- toen en later
LOMBOK- ooit kolonie van Bali
SUMBA- ikatreis 1998
FLORES- ikatreis 2000
SUMATRA- Bukittinggi en Pekanbaru
JAVA- onderweg
JAVA>>MADOERA- batikreis 2006


de nenek van Ketut Place, Ubud, een familiehotel waar ze ons het gevoel gaven erbij te mogen horen
op de suikerfabriek Gempol, Lexa's Oma James in saroeng en kebaja met de jongste van het zestal, Tottie

Opa was dol op etnografica- de twee poppen hier inTegal, waar Mieneke werd geboren, staan nu in Leiden

voor Nenek Kecil, 'kleine oma', mijn favoriet, ben ik Bò Ketut , 'zusje # 4'

1913, nieuw geld in Tjandi boven Semarang, waar 6-jarige Mieneke Jean Klusman van 12 ontmoette

gastvrijheid gaat niet om geld- je klimt in de boom en plukt voor je gasten gewoon een verse papaya

Pasar Gondang, midden-Java - terong, tahoe en bamboe- met ernaast pisangblad als verpakking

pinda's heten bij Indische families katjangs, banaan js pisang, komkommer ketimoen-ja toch?

poortbij de oude kraton in Kota Gede gefotografeerd door Jean Klusman

 
laatste bijgewerkt 14 april 2010

Indië/Indonesië

waarschuwing- persoonlijke details en geen objectiviteit

Het draait bij Oooom Piet allemaal om Indië en Indonesië.
Het startkapitaal voor Oooom Piet komt uit Indië.
Alles wat wij bij Oooom Piet verkopen komt uit Indonesië.
Onze klanten hebben vaak wortels in Indië. Lexa, de boss lady van Oooom Piet, komt ook uit Indië. Zij begon haar import-zonder-winstoogmerk met het geld van haar oom Piet James. Hij werd december 1911 geboren op de Suikerfabriek Gempol even buiten Tjeribon-Cirebon, op Java.
Dit stukje van de site gaat over Indonesië en Indië. Het Indonesische stuk wacht op tijd om alle foto's te scannen en van commentaar te voorzien. Dat kan noge evn duren.
Het stuk over Indië en ver de familie en de wortels van Lexa Jaffe-Klusman is er al- daar zit u nu..
Lexa's oom Piet James en haar peetoom Lexis Klusman, haar moeder Mieneke Klusman-James en haar vader Jean Klusman, haar peetopa Alex Klusman en haar oma Jeanne Klusman-Sassin, opa Frits James en oma Toos James-Ament werden allemaal in Indië geboren. Zij zijn allemaal in Europa overleden. Ook al Lexa's overgrootouders zijn in Indië geboren- en zij mochten daar tot hun dood blijven, al gingen de meesten wel een keer met verlof naar Nederland.
Misschien op Grandpapa Sassin na, die rare Fransoos, maar zijn vrouw, Grandmaman Elisabeth Sassin, geboren Rogge, er Chinees uitziend, werd zeker ook in Indië geboren. Na de oorlog heeft Lexa haar nog even gekend, in Den Haag, en zij is zelfs naar haar vernoemd, omdat Mammie Mieneke deze oma van Pappie Jean bewonderde en lief vond. Zij had negen dochters, van wieLexa's oma de eerste was.

waarschuwing- hier wordt het, bijna, politiek

Het gaat dus over een koloniale familie en Indische Nederlanders. En het gaat over het land dat Lexa in 1996 terugvond als Indonesië. Een heel groot eilandenrijk, met mensen van wie de ouders hebben moeten vechten voor onafhankelijkheid van de Nederlanders. Zij noemen die tijd vaak waktu penduduk, de bezetting, maar Lexa vindt dat niet terecht. Haar voorouders waren geen penduduk, bezetters, toch?
Maar wat waren die kolonialen met hun grote huizen en talrijke bedienden dan wel ? Als je maar ver genoeg teruggaat vind je er zelfs 'slavenhouders' bij de familie van haar moeders moeder, en een Javaanse voormoeder die tot Christin gedoopt werd zodat de Nederlandse voorvader met haar kon trouwen. Haar vaders grootvader was een Amsterdamse timmerman die ergens in de 19e eeuw zijn fortuin in Semarang zocht. Hij maakte deel uit van een politiek systeem waar Lexa veel kritiek op heeft, maar was hij een bezetter?
Na de tweede wereldoorlog gingen de familieleden, en ook Lexaatje zelf, als zogenaamde repatrianten naar Nederland- maar ze gingen niet weer naar hun vaderland, Nederland was een land dat ze nog nooit eerder gezien hadden. Ze waren er allochtonen in een tijd dat dat woord zelden gebruikt werd. Maar de gevoelens van ontworteling waren vast niet zoveel anders dan van mensen die zonder Nederlands staatsburgerschap hier kwamen.
Nederland was in meer dan één opzicht een koud land. Dat is waarschijnlijk ook waarom Indonesië zo warm aanvoelt- en dan gaat het niet alleen om het weer.
Vergeeft u mij dus alstublieft als ik nadruk leg op die kanten van Indonesië- natuurlijk weet ik best dat vooral tijdens de onafhankelijkheidstijd onvergeeflijke dingen zijn gebeurd. Dat onze politionele acties ook agresi militer kunnen worden genoemd, dat 'wij' ook schandelijke dingen hebben gedaan doet daar niets aan af.
Mijn vader zei vaak 'alle politiek is vuiligheid'. Na vier jaar krijgsgevangenschap mocht hij dat vinden van mij. Tsja- politiek. Indië-Indonesië is ook zonder dat ingewikkeld genoeg.

Lexa- buitenkampkind en repatriante

Lexa is in 1941 in Bandoeng/Bandung geboren, vlak voordat Japan haar geboorteland bezette. Haar vader ging toen Lexa 3 maanden oud was als krijgsgevangene naar Japan, haar moeder was gelukkig Belanda-Indo, en daarom mochten wij in ons grote oude huis blijven wonen in plaats van het kamp in te moeten. Het Klusman-gezin werd pas in december 1945, na precies 4 jaar, in Batavia/Jakarta herenigd.
Na nog even in Makassar/Ujung Pandang te heben gewoond voer de familie, allemaal in onze voormalige kolonie geboren, in de voorzomer van 1946, op dezelfde boot als oom Lexis, haar peetoom, en zijn vrouw tante Jane, ook in Indië geboren, naar Nederland. Daar vond het gezin van ontwortelden, in een klein, vlak en regenachtig land met woningnood, onderdak bij vrienden en familie- maar werd daarvoor wel opgesplitst.
Oom Lexis en tante Jane trokken al vrij snel verder, naar Hong Kong, want oom Lexis werkte voor Internatio, en die maatschappij was, niet ten onrechte vermoed ik, in het Indonesië van Soekarno, "die met de Duitsers had geheuld" volgens Mieneke Klusman, niet meer welkom. En Hong Kong was toen nog deel van The British Commonwealth, dus je kon daar in een heerlijk groot huis wonen in een lekker klimaat.
Lexaatje was blond, maar een donkerdere oudere broer en zus werden op straat tot pindachinees uitgeroepen, op weg naar de psalmenzingende school van het gastgezin. Lexa vond Op de Grooote Stille Heide een prachtig lied, maar toen het gezin, verrijkt met een kleine baby, met z'n zevenen weer bij elkaar kon wonen in een klein bovenhuis werd Lexa van de School met de Bijbel af gehaald en ging zij naar een erg leuke Montessorischool. Daar was een Hertenkamp met allemaal leuke beesten en Lexa zat aan een tafeltje bij het balkon van de mooie villa die school was geworden.
Als mensen in
Lexa bofte. Lexa herinnert zich blokken op de trappers van de voor haar te grote fiets in Voorburg, maar ze weet zich echt niets te herinneren van die eerste jaren van haar leven. Oorlog in Bandung. Oh nee- toen nog Bandoeng.
Verdrongen??

wortels watergeven

In elk geval was zij er verbaasd over dat ze zich zo direct 'thuis' voelde toen zij in 1996, 50 jaar na haar verkassing naar het kille Nederland, rondreisde in Indonesië met haar Amerikaanse man en jongste dochter. Verdrongen- vergeten, maar toch: Tanah Air Kita, 'ons land en water', Lexa's geboorteland. Ook de taal voelde meteen 'eigen'.
Haar sterrenkundige echtgenoot was zo slim geweest om aan te bieden een praatje te houden voor de astronomen in het prachtige Bosscha Observatorium in Lembang. Dus werden ook Lexa en dochter Jenny door de zoons van Professor Bambang Hidayat, in 1996 nog directeur van de Sterrewacht, gastvrij op eten en drinken getracteerd. En als zij door zijn sopir werden rondgereden, met een aardige studente als gids, zat Lexa voorin, om haar Indonesisch te oefenen, want zij had bij het Instituut Indonesische Cursussen wel 8 avonden les gekregen in het Bahasa Indonesia.
Lexa bofte. Ook omdat niemand in Indonesië er een probleem van leek te maken dat zij een Belanda en een bule, een Hollandse en een bleekscheet was. Maar zij was wel gado-gado- 'ratjetoe', dus 'gemengdbloedige',.
Lexa bofte ook dat ze thuis altijd de Indische woordjes en klanken om zich heen had gehad- grapjes makenen plagen zijn manieren om vrinden te maken in Indonesië. Komang vertelde mij dat vele jaren later- maar ik wist dat al.
In 1998 kreeg Lexa een eigen kamar binnen Komangs familie-erf op Bali, en ze voelt zich lid van een grote pleegfamilie, over een aantal eilanden verspreid. Want Lexa vindt dat zij als anak Bandung kind van het land is, en dus slaapt ze liever niet als toerist in een hotel, maar weet ze heel pintar zich telkens weer te laten uitnodigen bij mensen thuis, bij Wafiq en zijn familie on tante Tuti op Java, maar ook op Flores en Sumba en Madoera- waar zij maar een paar dagen was.
Want Lexa mag / moet als intiatiefnemer en uitvoerend directeur van de 16 september stichting, het familiestichtinkje achter Oooom Piet, vaak naar haar geboorteland terug om inkopen te doen voor Oooom Piet. Tja- geen winstoogmerk betekent toch niet dat je geen plezier ergens aan mag beleven?
En ik zei het toch al: Lexa is een bofferd.

Indië en Juf

Lexa's moeder Mieneke, oom Piets grote zus, is de derde van links op de badpakkenfoto uit 1917. Ik denk dat Opa Frits James zelf die foto heeft genomen, met statief en self-timer. Hij staat helemaal rechts naast Oma Toos James-Ament. Links van Oma staat Juf, Caroline de Corte, met aan haar hand…? Ja, Oom Piet zelf!
Het lachende Omaatje uit onze briefkaartserie dat u in de kolom links kunt zien heeft wel iets van de Juf uit mijn eigen kinderjaren- en grappig genoeg vinden veel Indische klanten haar "net mijn moeder / oma".
Juf was een soort Indische oma voor ons."Indië" betekent voor iedereen iets anders. De familie van mijn moeder zat al heel lang in Indië, vooral de familie van haar moeder, Toos Ament, van de Ament Suikerfabrieken, bij Tjeribon/Cirebon. Van haar kwam ook "het Indische bloed", dat ons tijdens de 2e wereldoorlog buiten het kamp hield. Mijn vaders ouders werden allebei in Semarang geboren, en zijn moeders moeder ook, met bij mijn overgrootmoeder Elisabeth Rogge een deels Chinese achtergrond. Mijn vader's vader's vader kwam met zijn vrouw uit Amsterdam, waar hij timmerman was. Deze overgrootvader zocht en vond eind 19e eeuw zijn geluk in de handel in de Oost, en de meeste van zijn kinderen werkten net als hun vader bij Internatio.
Mijn moeder had wel eens moeite met de manier waarop mijn Opa Klusman met zijn (nieuwe!) geld omging.'Nouveaux riches', nieuwe rijken, daar keek Mieneke een beetje op neer. Zou ik het toch van haar hebben dat ik mensen die laten merken dat ze rijk zijn niet vertrouw? Nou ja- als je naar Suharto en Zoons kijkt...
Juf staat centraal in wat ik als "echt Indisch" zie, het goede en het slechte daarvan. En dan denk ik zowel aan Juf zelf als aan haar verhouding met mijn koloniale familie. Grote trouw wederzijds en schrijnende klasseverschillen die gebaseerd waren op hoeveel Indisch bloed er doorheen was gefladderd- om het op z'n Jufs te zeggen.
Juf zat eind 19e eeuw met Toos Ament op het ondernemingsschooltje van suikerfabriek Gempol bij Tjeribon. Zij heette Lien de Corte en haar vader werkte op de onderneming. Toen de dochter van de directeur, Toos, getrouwd was met ir. Frits James vroeg zij of Lien, ondertussen kinderjuffrouw en toevallig zonder baan, bij haar wilde werken. "Maar je begrijpt wel", aldus het verhaal, "dat ik dan niet meer Toos ben, maar mevrouw." Juf begreep dat heel goed, Lexa wat minder.
Juf voelde zich heel Hollands en kon prachtig vertellen over die spannende oorlog hier, die wij in Bandoeng mis waren gelopen. En gehuld in een bontjas waar ze haast in verdween, zoals ook Koningin Wilhelmina die droeg, sjouwde zij met een grote vlaggestok om Juliana's troonsbestijging vorstelijk in te kunnen luiden.
Toen de familie James naar Nederland migreerde (om een modern woord te gebruiken voor wat ook vaak "repatriëring" wordt genoemd), woonde Juf lang bij Tante Tottie, bij de zwemfoto nog niet geboren, en ook een aantal jaren bij Oom Piet in Zweden. Later kwam Juf minstens eens in de week bij ons eten. Zij gaf Jeannette, de jongste (in Holland geboren- wat een trauma!) elke week "zakgeld", en breide een prachtig dekentje voor haar Schildpad-pop, en later breide zij een grotere voor mijn eerste baby. Of kreeg die hem alleen via mijn grote zus Jankie, die mijn kinderen zoveel leuks (door)gaf? Ach- bij familiegeschiedenis gaat het vooral om het idee en het gevoel.
Het gevoel dat Juf ook voor de kleinkinderen van Toos en Frits James niet weg te denken is uit hun jeugd. Dat is een belangrijk aspect van Indië: sterke familiebanden en trouw aan wie je dierbaar is- ook al wist Mieneke zich de harde meppen met Jufs slof en met de sapoe lidi nog maar al te goed te herinneren. Tja, dat Indië...
[ naar boven ]

Indonesië

Indië is niet in één beeld te vangen. En ook Indonesië bestaat uit zoveel verschillende mensen, op zoveel eilanden, met zoveel talen, culturen, religies en economische omstandigheden, dat er niet één verhaal over te vertellen is.
Wat u hier vindt is een aantal ideeën en verhaaltjes vanuit een persoonlijke invalshoek, met foto's uit familie-albums of tijdens inkoopreizen gemaakt.
Bij mijn nieuwe, Indonesische, familie ben ik soms Oma Lexa, soms Bò Ketut, wat op Bali "mijn als vierde geboren zusje" betekent. Oooom Piet's hoofdkwartier ligt in Blahpane, op Bali, waar wij op het familie-erf van Komang Anantara zelfs een eigen kamar hebben. Maar nu hij een prachtig eigen huis heeft gebouwd mogen we daar niet meer slapen. Zijn moeder is niet erg gezond en zijn broer werkt vaak in nachtdienst en heeft recht op een eigen kamer, dus in augustus 2009 moest die arme Lexa weer verkassen. Naar een heerlijke kamer met uizicht op sawahs en een heuse douche in de royale badkamer- het woord kamar kecil, 'het kleine kamertje', klopt hier echt niet! Bovendien is er een van Oooom Piet gekregen computer, met internetverbinding via een snelle lijn en komt de familie uit het oude huis geregeld even buurten. En er zijn veel meer kuikentjes die echt kip of haan worden, omdat het niet zo vlakbij die snel stromende sungai ligt, waarin veel domme kuikentjes aan een te vroeg einde kwamen. En de rindik, de bamboefoon, is meeverhuisd, een complete set zelfs, waarop vader Komang en misschien wel nog talentrijker zoontje Agus vaak 's avonds mooie muziek maken. En de meester, Nasta, Komangs oom, komt ook vaak even spelen.
Daarnaast logeer ik voor de gezelligheid graag bij Cok, de kebayanaaister die al sinds 2004 rond de Pasar bij ons in Leidenmeer dan een maand inwoont en in 2009 extra lang bleef. en daarom als een pleegdochter voelt.
Al sinds mijn eerste reis naar Indonesië in 1997 kom ik ook geregeld bij vrienden op Nusa Penida, zustereiland van Bali. Ook op Lombok voel ik me welkom bij een bevrinde Hindoefamilie in Gumese en op Sumatra en Java zijn wij vaak hartelijk ontvangen door familieleden van Oooom Piet's erenichtje Heri Lahamid. We hebben ook overnacht bij Heri's kos in Bukittinggi, bij Tari's familie in Nggringging, op de grens van midden- en oost-Java, bij Eppy en Rambo op Flores, bij Rambo's en Freddy's families op Sumba, bij batikmakers op Madura en in Solo en bij onze favoriete dalang, Ledjar Subroto in Yogya. En in Kota Gede bij Jogja hopen wij nog vaak in te trekken bij Wafiq en zijn gastvrije gezin.
In Jakarta werd de rode loper voor ons uitgerold door Eddy, die ons boutique-achtige winkels liet zien, internationale zeer haute cuisine liet proeven en in Hotel Kempinski liet logeren, met een kamer met echt alle comfort. Met de bedoeling dat wij ons beeld van Indonesië als land van armoezaaiers bij zouden stellen. En toch genoten wij het meest van die laatste avond gezellig met de bevriende medewerkers van Eddy en met de chauffeurs sateh eten langs de weg- in ons Indonesië.
Indonesië is telkens weer anders- hoge kaste, lage kaste, veel of weinig geld, hoge of zelfs geen opleiding, Hindoe, Moslim, Christen, Boedist. Deze anak Bandung blijft geboeid door al die verschillen in haar geboorteland. Ook blijf ik me verbazen over hoe moeilijk het is de adat, gewoontes, manier van in het leven staan, goed te interpreteren- een misverstand ligt in een klein hoekje!
Soms wordt het dus uithuilen (of kwaad worden) en opnieuw beginnen, maar meestal toch: genieten van de warmte en het je gekoesterd weten. [ naar boven ]

Tempo Doeloe- wat er nog van te vinden is

In 1996 ging ik terug. Indië was ondertussen Indonesië- een naam die tot jaren na de oorlog in de familie taboe was. Ik ging er eigenlijk van uit dat Indië naar Den Haag was verhuisd, en dat ik in Indonesië weinig te zoeken had. Maar na 50 jaar greep ik toch de kans om met mijn man mee te reizen naar mijn geboorteland. Bij het Instituut Indonesische Cursussen in Leiden volgde ik een basiscursus Bahasa Inonesia. En met mijn moeder wisselde ik briefkaartjes uit in mijn woordenboek-Bahasa en mijn moeders mengeling van Pasar-maleis en Indonesisch. Om te oefenen. Maar ook omdat de 88-jarige zo graag zelf die reis had willen maken. De 54-jarige dochter genoot van Mammie's medeleven, dat ook na die reis duidelijk bleek. Alle brieven en foto's en meebrengsels werden samen nog 's besproken en bekeken, en we maakten zelfs plannen voor een gezamelijke reis.
Met man en dochter had ik ook de Merdikalaan in Bandoeng opgezocht en het doktershuis waar ik vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog in geboren werd. Jean Klusman was daar lichtarts en Mieneke Klusman-James stond er tijdens de oorlogsjaren aan het hoofd van een soort vrouwencommune. Jean was vier jaar lang krijgsgevangene in Japan, maar Mieneke kreeg het stempel Belanda Indo en bleef daarom met haar vier kinderen buiten het kamp. Zij verhuurde kamers aan vrouwen die ook het kamp niet in hoefden- maar wel onderdak nodig hadden. Het huis is nu een politiebureau- heel mooi, met een grote waringinboom, met veel motor- en bromfietsen van de werknemers eronder, en wagentjes met tahu isi en satééh!
En we gingen naar Semarang, geboortestad van mijn vader en van zijn ouders en van zijn moeder's moeder. Ik kreeg fotootjes mee van het huis dat mijn Opa Alexander Klusman in Tjandi bouwde, boven Semarang. We vonden inderdaad dat in het begin van de 20e eeuw gebouwde huis weer terug, met de hulp van mensen die ons graag hielpen zoeken aan de hand van die kleine, indrukwekkend oude foto's.
De chauffeur vroeg of we ook naar het kurkòp wilden. ?? Oh! Het kerkhof. Met de keurig onderhouden oorlogsgraven van de tijdens de politionele acties omgekomen Nederlanders.
Pas in 2002 gingen we naar Cirebon/Tjeribon en naar Tegal, waar mijn moeder geboren werd. Opa James werkte daar als smalspooringenieur. Langs de weg in Tegal at ik iets mysterieus dat mij als specialiteit van Tegal was aanbevolen. En opeens zat ik weer in de keuken in Voorburg, en proefde mijn moeders kerriesoep! We gingen ook naar wat er over was van de P.G. Gempol, de Pabrik Gula, suikerfabriek, waar oom Piet geboren werd. Verbazingwekkende grote raderen en opslagtanks. We zagen ook de rangeerruimte met een heel stel locomotieven. Van het spoortje dat Opa James aanlegde toen hij directeur werd van de Ament suikerfabrieken zagen we niet veel meer. Destijds was dat heel controversiëel en te modern voor een deel van zijn schoonfamilie.
Opa James werd geboren in Fort de Cock, waar ik in 1999 en 2000 Heri opzocht toen zij een jaar op haar Nederlandse visum moest wachten. Het heet nu Bukittinggi, en ik leerde er hoe jonge moslimvrouwen het hebben in hun kos, dat wil zeggen: op kamers. Op een rijtje naast elkaar in bed, spelen met de kinderen van de huisbaas en om beurten voor de spiegel om de jilbab, de sluier, elegant gedrapeerd vast te spelden. En achter het huis de aapjes voeren.
Ik herken nu van alles in de verslagen van de twee Sumatra-reizen van Opa James. Het eerste geschreven in 1906 toen hij nog by de Ned. Ind. Spoorweg My in Soerabaia werkte. Hij beschrijft ook de vierdaagse treinreis van Oost Java naar Tandjong Priok, de haven van het toenmalige Batavia. Ik logeerde een aantal keren in de buurt van Tanjung Priok, in een echte volksbuurt in Cilincing, bij Heri's tante Tuti.
Ingenieur James bezoekt in 1906 ook Djocjakarta en de Kraton daar, "door 15000 inlanders bevolkt". Bijna 100 jaar later kom ik daar tante Mur ophalen, mijn gastvrouw in Yogya, als zij klaar is met lesgeven. Ik kwam zelfs op de Indonesische televisie- de enige niet-Indonesische toeschouwer bij het millenniumfeest van de in de Kraton gehuisveste apothekersschool. Schuin daartegenover koop ik voor Oooom Piet kraton-pajoengs, mooi beschilderde parasollen. In de aloon-aloon stonden een eeuw geleden "links de tygerhokken en de moskee". De tijgers die ik zie bij de alun-alun zijn speelgoedmaskers. Volkskunst met papier maché van oude schoolblaadjes.
Opa James hield van volkskunst- en van avontuur. Van 18 augustus tot 2 september 1914 reisde hij van Benkoelen naar Palembang, dwars door Sumatra. Wie weet zet ik ooit nog zijn prachtige reisverslagen op deze site- wie dat leuk vindt moet maar een aanmoedigend mailtje sturen. Hij was een scherp waarnemer, maar zijn soms kritische commentaar is eerder praktisch dan moreel of politiek. "De weg met de bruggen was juist ± 2 jaren tevoren door de B.O.W. opgeleverd middels eenige duizenden dwangarbeiders, daar er nagenoeg geen bevolking woont; over dezen weg had men ongeveer 10 jaren gedaan !" En over iemand bij de mijnen die hij in 1914 bezocht: "Alleen… Jansen is te fanatiek;… Geeft zichzelf geheel en al, en eischt hetzelfde van zyn personeel. Hoofdzakelyk uit economische redenen zorgt hy, om een voorbeeld te noemen, voor een zéér goede voeding en gezonde huisvesting voor zyn koelies". Zelf was hij niet zo fanatiek- maar wel een doorzetter. Hij wilde zijn boot naar Palembang niet missen, en omdat hij volgens eigen zeggen "zóó gedecideerd optrad" hielpen langs de rivier daarheen de doesoen(=dorps)hoofden hem telkens aan 2 nieuwe roeiers zodat zijn boot in 5 en ½ uur 32 kilometer af kon leggen. Hij vond nog net tijd om de roeiers "het zwaar-verdiende doch rykelyk extra-loon uit te betalen". Ooit komen hier die oude Sumatra-foto's van Opa's reis in 1914. [ naar boven ]

In ontwikkeling: foto-verslagen van Indië en Indonesië

- albums familie Klusman-James-Ament vanaf 1882-1936
- Bandung - 1936-1946
- Indië-in-Holland - Voorburg en Den Haag
- Sumatra, Pekanbaru - familie Lahamid
- Sumatra - met Heri in Bukittinggi
- Sumatra, Pekanbaru - Heri en Ferry's bruiloft
- Indonesië-in-Holland - familie Wouda-Lahamid
- Indonesië-in-Holland - Cok, Komang, Wayang
- Indië/Indonesië-in-Holland - Pasar Malam Besar
- Belahpane, Bali- de familie van Komang Ana
- Java - bij tante Tuti in Cilincing
- Java - bij om Haris en tante Mur in Nogotirto
- Nusa Penida - Limo en de familie van Made Gata
- Bali- agama Hindu, Hindoe ceremonies en toebehoren
- Bali- waar en bij wie wij onze spullen halen
- Yogyakarta - vakantie 1996-1997
- Yogyakarta - inkoopreizen 1998-2006
- Djokjakarta - het Yogya van Opa James
- Nusa Penida - oud stukje Bali- Karang en Tanglad
- Nusa Lembongan, Ceningan en Penida- zeewier
- Nusa Lembongan - ceremonies en Mimpi Manis
- Lombok - ooit kolonie van Bali- bij Ketut Reni en Made
- Lombok - Pringgasela
- Lombok - ooit kolonie van Bali- 'Desa Nusa'
- Sumba - ikatreis 1998
- Flores - ikatreis 2000
- Java - van Bogor tot Yogya - met Deni op inkoopreis
- Java - van Bandung tot Surabaya - de batik pasisir route

 

 


1917, familie James, met de echte oom Piet, toen nog de jongste, aan de hand van Juf
Balinese kebayaspeldjes en oorbellen bij Oooom Piet te koop lijken op die van vroeger

Mieneke aan de hand van Juf, haar broers Frits, Tjal en Jan in tjelana monjet
oom Piets grote broers met een wel erg klein vrindje, in sarung, van de suikeronderneming

1933, Mieneke en Jean bij hun Ford, terug in hun geboorteland, net voor ze trouwden

1997, Nusa Lembongan, waar Lexa Jaffe-Klusman haar wortels watergaf toen zij na 50 jaar terugkwam in hetzelfde geboorteland
1934, doktersvrouw Mieneke met zoon Dik en personeel op koffieonderneming de Ophir, Taloe, Sumatra, bij Fort de Cock/Bukittinggi

de Bromokraters uit het vliegtuig gezien

in batikdorp Tanjungbumi, Madura, gaat alles met de hand- er zijn zelfs geen cap, stempels

ook in Lasem, aan de noord-oostkust van Java, wordt de batik net als vroeger gemaakt

de djeroek op de pasar in Gianyar smaakt denk ik ook niet zoveel anders dan doeloe

en de recepten voor deze hapjes op de markt op Madoera kende kokkie vast ook al

de tjitjaks zijn alomaanwezig- maar om een heuse kalong te zien moet je naar een parkje

Indonesische kinderkookspulletjes zoals veel Indische oma's ze nog herkennen van doeloe

de door Lexa's Pappie gefotografeerde poort in Kota Gede- na de aardbeving in de steigers

     
  

0655 391 341 (mobile) / 071 5144 802 (huis)
oooompietinfo@yahoo.com