llaatst
bijgewerkt 13 nov 2011
Indië/Indonesië
waarschuwing-
persoonlijke details en geen objectiviteit
Het draait bij Oooom Piet allemaal
om Indië en Indonesië.
Het startkapitaal voor Oooom Piet komt uit
Indië. Alles wat wij bij Oooom Piet verkopen komt uit Indonesië.
Onze klanten hebben vaak wortels in Indië. Lexa, de boss lady
van Oooom Piet, komt ook uit Indië. Zij begon haar import-zonder-winstoogmerk
met het geld van haar oom Piet James. Hij werd december 1911 geboren als kind van de directeur op de Suikerfabriek
Gempol even buiten Tjeribon-Cirebon, aan de noordkust van Java.
Dit stukje van de site gaat
over Indonesië en Indië. U ziet hier vooral veel oude familiefoto's- want het begon wat ons betreft allemaal in Indië en met wat je met zo'n koloniaal verleden kunt doen.
Het Indonesische stuk wacht nog op meer foto's. We hebben in meer dan 30 inkoopreizen erg veel foto's genomen- al in het analoge fototijdperk, met rolfilm en afdrukjes en intussen wat stofige negatieven in oude schoenendozen. Die moeten geordend, de foto's gescand en nog zo wat. Wij zijn van plan om plan-plan, rustigaan, steeds iets meer foto's te plaatsen. Misschien maken we ook wel links naar aparte pagina's, per eiland, stad of kampung- woonwijk, zodat het openen van de pagina's niet te traag wordt.
Ook de teksten over Indonesië zullen nog wel veranderen. Telkens weer blijkt dat de verhoudingen van ons met Indonesiërs en ook van de mensen daar onderling, niet altijd zo makkelijk te begrijpen zijn voor wie hier opgegroeid is- dus soms veranderen de inzichten. "Oh- nu snap ik het!"- maar bij een volgende ontmoeting blijkt het toch weer anders te zitten. Wie weet- nu de winkel dicht is komt misschien het echte begrip...
Het stuk over Indië en de wortels van Lexa Jaffe-Klusman zal niet zo heel erg veranderen. De feiten zijn vrij simpel. Oom Piet James en Lexa's peetoom Lexis Klusman, moeder
Mieneke Klusman-James en vader Jean Klusman, peetopa Alex Klusman en oma Jeanne
Klusman-Sassin, opa Frits James en oma Toos James-Ament- ze hadden allen veel invloed op Lexa's manier van in de wereld staan. En zij werden net als Lexa zelf allemaal in
Indië geboren. En waren allemaal Nederlandse staatsburgers- een bevoorrechte groep in die 'goeie' ouwe tijd- de koloniale periode die ze in zijn allemaal in Europa overleden. Ook de overgrootmoeders
zijn allemaal in Indië geboren.
Met de overgroot vaders ligt het meestal
wat anders bij Indische families. Die van Lexa telden een aantal 'rasechte' totoks, in Europa geboren. Ook degenen die in
Indië geboren werden gingen meestal wel met verlof naar Nederland, en als ze
genoeg verdiend hadden gingen ze graag in Europa rentenieren. Grandmaman was ooit Elisabeth
Rogge, een er Chinees uitziend meisje met onduidelijke voorouders, in Semarang op Java geboren en getrouwd met Grandpapa
Sassin, een rare Fransoos.. Na de oorlog
heeft Lexa Grandmaman Sassin nog even gekend, in Den Haag, en zij is zelfs naar haar vernoemd,
omdat Mammie Mieneke deze moeder van haar schoonmoeder bewonderde en lief vond.
Zij had alleen dochters, negen, van ie Lexa's oma, Jeanne Klusman, de oudste was.
waarschuwing-
hier wordt het, bijna, politiek
Oooom Piet heeft zijn oorsprong dus in een koloniale familie
met Indische Nederlanders. En het gaat hier over het land dat Lexa in 1996 terugvond
als Indonesië. Een heel groot eilandenrijk, met mensen van wie de ouders
hebben gevochten om onafhankelijk te worden van de Nederlanders. Zij noemen de koloniale
tijd vaak waktu penduduk, de bezetting, maar Lexa heeft daar moeite mee.
Haar voorouders waren geen penduduk, bezetters, toch?
Maar wat waren
die kolonialen dan wel, met hun vaak grote huizen en talrijke bedienden (al gold dat zeker niet voor iedereen)? Als
je maar ver genoeg teruggaat vind je zelfs 'slavenhouders' bij de familie van
Lexa's moeders moeder, en een Javaanse voormoeder die tot Christin gedoopt werd
zodat de Nederlandse voorvader met haar kon trouwen. Haar vaders grootvader was
een Rotterdamse logementhouder die de tweede helft van de 19e eeuw naar Semarang ging om er fortuin te maken.
Hij maakte deel uit van een politiek systeem waar Lexa veel kritiek op heeft,
maar was hij een bezetter?
Na de tweede wereldoorlog gingen veel Nederlanders,
en ook Lexaatje zelf en haar familie, als zogenaamde repatrianten naar Nederland- maar
de meesten gingen niet terug naar hun vaderland- Nederland was een land dat ze nog
nooit eerder gezien hadden. Ze waren er allochtonen in een tijd dat dat woord
zelden gebruikt werd. Maar de gevoelens van ontworteling waren vast niet zoveel
anders dan van mensen die zonder Nederlands staatsburgerschap hier kwamen. Nederland
was in meer dan één opzicht een koud land. Dat is waarschijnlijk
ook waarom Indonesië zo warm aanvoelt- en dan gaat het niet alleen om het
weer. Vergeeft u mij dus alstublieft als ik nadruk leg op die kanten van Indonesië-
natuurlijk weet ik best dat vooral tijdens de onafhankelijkheidstijd onvergeeflijke
dingen zijn gebeurd. Dat onze politionele acties ook agresi militer
kunnen worden genoemd, dat 'wij' ook schandelijke dingen hebben gedaan
doet daar niets aan af.
Mijn vader zei vaak 'alle politiek is vuiligheid'.
Na vier jaar krijgsgevangenschap mocht hij dat vinden van mij. Tsja- politiek.
Indië-Indonesië is ook zonder dat ingewikkeld genoeg. Lexa-
buitenkampkind en repatrianteLexa is in 1941 in Bandoeng/Bandung geboren,
vlak voordat Japan haar geboorteland bezette. Haar vader ging toen Lexa 3 maanden
oud was als krijgsgevangene naar Japan, haar moeder was gelukkig Belanda-Indo,
en daarom mochten wij in ons grote oude huis blijven wonen in plaats van het kamp
in te moeten. Het Klusman-gezin werd pas in december 1945, na precies 4 jaar,
in Batavia/Jakarta herenigd. Na nog even in Makassar/Ujung Pandang te heben
gewoond voer de familie, allemaal in onze voormalige kolonie geboren, in de voorzomer
van 1946, op dezelfde boot als oom Lexis, haar peetoom, en zijn vrouw tante Jane,
ook in Indië geboren, naar Nederland. Daar vond het gezin van ontwortelden,
in een klein, vlak en regenachtig land met woningnood, onderdak bij vrienden en
familie- maar werd daarvoor wel opgesplitst. Oom Lexis en tante Jane trokken
al vrij snel verder, naar Hong Kong, want oom Lexis werkte voor Internatio, en
die maatschappij was, niet ten onrechte vermoed ik, in het Indonesië van
Soekarno, "die met de Duitsers had geheuld" volgens Mieneke Klusman,
niet meer welkom. En Hong Kong was toen nog deel van The British Commonwealth,
dus je kon daar in een heerlijk groot huis wonen in een lekker klimaat. Lexaatje
was blond, maar een donkerdere oudere broer en zus werden op straat tot pindachinees
uitgeroepen, op weg naar de psalmenzingende school van het gastgezin. Lexa vond
Op de Grooote Stille Heide een prachtig lied, maar toen het gezin, verrijkt
met een kleine baby, met z'n zevenen weer bij elkaar kon wonen in een klein bovenhuis
werd Lexa van de School met de Bijbel af gehaald en ging zij naar een erg leuke
Montessorischool. Daar was een Hertenkamp met allemaal leuke beesten en Lexa zat
aan een tafeltje bij het balkon van de mooie villa die school was geworden. Als
mensen in Lexa bofte. Lexa herinnert zich blokken op de trappers van de voor
haar te grote fiets in Voorburg, maar ze weet zich echt niets te herinneren van
die eerste jaren van haar leven. Oorlog in Bandung. Oh nee- toen nog Bandoeng.
Verdrongen?? wortels watergevenIn elk geval
was zij er verbaasd over dat ze zich zo direct 'thuis' voelde toen zij in 1996,
50 jaar na haar verkassing naar het kille Nederland, rondreisde in Indonesië
met haar Amerikaanse man en jongste dochter. Verdrongen- vergeten, maar toch:
Tanah Air Kita, 'ons land en water', Lexa's geboorteland. Ook de taal voelde
meteen 'eigen'. Haar sterrenkundige echtgenoot was zo slim geweest om aan te
bieden een praatje te houden voor de astronomen in het prachtige Bosscha Observatorium
in Lembang. Dus werden ook Lexa en dochter Jenny door de zoons van Professor Bambang
Hidayat, in 1996 nog directeur van de Sterrewacht, gastvrij op eten en drinken
getracteerd. En als zij door zijn sopir werden rondgereden, met een aardige
studente als gids, zat Lexa voorin, om haar Indonesisch te oefenen, want zij had
bij het Instituut Indonesische Cursussen wel 8 avonden les gekregen in het Bahasa
Indonesia. Lexa bofte. Ook omdat niemand in Indonesië er een probleem
van leek te maken dat zij een Belanda en een bule, een Hollandse
en een bleekscheet was. Maar zij was wel gado-gado- 'ratjetoe', dus 'gemengdbloedige',.
Lexa bofte ook dat ze thuis altijd de Indische woordjes en klanken om zich heen
had gehad- grapjes makenen plagen zijn manieren om vrinden te maken in Indonesië.
Komang vertelde mij dat vele jaren later- maar ik wist dat al. In 1998
kreeg Lexa een eigen kamar binnen Komangs familie-erf op Bali, en ze voelt
zich lid van een grote pleegfamilie, over een aantal eilanden verspreid. Want
Lexa vindt dat zij als anak Bandung kind van het land is, en dus slaapt
ze liever niet als toerist in een hotel, maar weet ze heel pintar zich
telkens weer te laten uitnodigen bij mensen thuis, bij Wafiq en zijn familie on
tante Tuti op Java, maar ook op Flores en Sumba en Madoera- waar zij maar een
paar dagen was. Want Lexa mag / moet als intiatiefnemer en uitvoerend directeur
van de 16 september stichting, het familiestichtinkje achter Oooom Piet, vaak
naar haar geboorteland terug om inkopen te doen voor Oooom Piet. Tja- geen winstoogmerk
betekent toch niet dat je geen plezier ergens aan mag beleven? En ik zei het
toch al: Lexa is een bofferd. Indië en Juf
Lexa's moeder Mieneke, oom Piets grote zus, is de derde van links op de badpakkenfoto
uit 1917. Ik denk dat Opa Frits James zelf die foto heeft genomen, met statief
en self-timer. Hij staat helemaal rechts naast Oma Toos James-Ament. Links van
Oma staat Juf, Caroline de Corte, met aan haar hand
? Ja, Oom Piet zelf!
Het lachende Omaatje uit onze briefkaartserie dat u in de kolom links kunt zien
heeft wel iets van de Juf uit mijn eigen kinderjaren- en grappig genoeg vinden
veel Indische klanten haar "net mijn moeder / oma".
Juf was een
soort Indische oma voor ons."Indië" betekent voor iedereen iets
anders. Van mijn omaToos Ament, van de Ament Suikerfabrieken, bij Tjeribon/Cirebon, kwam "het Indische bloed", dat ons tijdens de 2e wereldoorlog
buiten het kamp hield. Mijn moeder had wel eens moeite met de manier waarop mijn
Opa Klusman met zijn (nieuwere) geld omging.'Nouveaux riches', nieuwe rijken, daar
keek Mieneke een beetje op neer. Zou ik het toch van haar hebben dat ik mensen
die laten merken dat ze rijk zijn niet vertrouw?
Juf staat centraal in wat ik als "echt Indisch" zie,
het goede en het slechte daarvan. En dan denk ik zowel aan Juf zelf als aan haar
verhouding met mijn koloniale familie. Grote trouw wederzijds en schrijnende klasseverschillen
die gebaseerd waren op hoeveel Indisch bloed er doorheen was gefladderd- om het
op z'n Jufs te zeggen.
Juf zat eind 19e eeuw met Toos op het ondernemingsschooltje
van de Ament suikerfabriek Gempol. Zij heette Lien de Corte en haar vader was een Indische Nederlander die opzichter was bij de onderneming- de sukerplantage. Toen Toos Ament getrouwd was
met ingenieur Frits James vroeg zij of Lien, ondertussen kinderjuffrouw en toevallig
zonder baan, bij haar wilde werken. "Maar je begrijpt wel", aldus het
verhaal, "dat ik dan niet meer Toos ben, maar mevrouw." Juf begreep
dat heel goed, Lexa wat minder.
Juf voelde zat in 1940-45 al in Holland en kon prachtig
vertellen over die spannende oorlog hier, die wij in Bandoeng mis waren gelopen.
En gehuld in een bontjas waar ze haast in verdween, zoals ook Koningin Wilhelmina
die droeg, sjouwde zij met een grote vlaggestok om Juliana's troonsbestijging
vorstelijk in te kunnen luiden.
Toen de familie James naar Nederland verkastte woonde Juf lang bij Tante Tottie, bij de zwemfoto rechts bovenaan nog niet geboren.
Daarna woonde zij een aantal jaren bij Oom Piet, in Zweden. Later kwam Juf minstens eens
in de week bij ons eten. Zij gaf Jeannette, de jongste (in Holland geboren- wat
een trauma!) elke week "zakgeld", en breide een prachtig dekentje voor
haar Schildpad-pop, en later breide zij een grotere voor mijn eerste baby. Of
kreeg die hem alleen via mijn grote zus Jankie, die mijn kinderen zoveel leuks
(door)gaf? Ach- bij familiegeschiedenis gaat het vooral om het idee en het gevoel. Het
gevoel dat Juf ook voor de kleinkinderen van Toos en Frits James niet weg te denken
is uit hun jeugd. Dat is een belangrijk aspect van Indië: sterke familiebanden
en trouw aan wie je dierbaar is- ook al wist Mieneke zich de harde meppen met
Jufs slof en met de sapoe lidi nog maar al te goed te herinneren. Tja,
dat Indië... [ naar boven ] Indonesië
Indonesië
bestaat uit zoveel verschillende mensen, op zoveel eilanden, met zoveel talen,
culturen, religies en economische omstandigheden, dat er niet één
verhaal over te vertellen is.
Wat u hier vindt is een aantal ideeën en
verhaaltjes vanuit een persoonlijke invalshoek, met tijdens inkoopreizen of door vrienden uit de Oooom Piet-familie gemaakt. Twee keer per jaar minstens een inkoopreis, dat maakte meer dan 30 reizen
terug naar het geboorteland- het is moeilijk tellen geworden. Het voelt daar heel vertrouwd en toch: als Nederlands staatsburger
geboren en in Nederland opgegroeid ben je anders dan je beste Indonesische vrienden.
Adat, gebruik, agama, religie, en percayaan, (bij)geloof zijn anders. Voeg daar volledig verschillende economische omstandigheden aan toe- susah!,
lastig, ja. Toch ben ik bij mijn Indonesische families gewoon Lexa, 'tante'-
op Java, en verder haast overal 'Oma Lexa'. Alleen Cok plaagt mij graag en noemt me dan 'Boslady
Najaar 2008, toen ik
dit intypte precies 2 jaar terug, stuurde ik een sms-je aan een vriendin over
mijn koloniale verleden: "Bedacht vanmiddag dat ik met al dat wortels watergeven
juist een soort Wandering Jew ben geworden. Of een waringin met wortels
in de lucht? Overal/nergens thuis. Erbijhoren: als de poes je kent en de hond
niet meer blaft." Zij pendelt ook al lange jaren tussen Nederland en Indonesië en voelde het ook zo. Maar gelukkig is er Dadong Ria, de nenek kecil uit Belahpane, mijn favoriete
fotomodel en mijn taaljuf voor het Balinees. Zij durft me te plagen als ik kinderachtig
doe, en zij ziet me als een soort jonger zusje. Zij noemde mij niet alleen Bò Ketut, wat op Bali "mijn
als vierde geboren zusje" betekent, zo dacht ze over mij toen ze het met haar schoondochter over mij had. En daar ben ik heel blij om.
Blahpane, Bali, werd in 1998 Oooom
Piets hoofdkwartier in Indonesië. Op het familie-erf van Komang Anantara
bouwden ze zelfs een eigen kamar voor ons. Maar nu Komang voor zichzelf
een prachtige Pondok heeft gebouwd, een buitenhuis op het stukje land waar
Ogir vroeger z'n koeien hield, mogen we niet meer in die oude kamer slapen. Zijn
moeder is niet erg gezond en zijn broer werkt in nachtdienst en heeft recht op
een eigen plek om rustig te slapen.
In 2009 moest die arme Lexa dus weer verkassen. Komangs
Pondok Mimpi, zijn Droomhuis, is heel mooi en comfortabel, en heeft twee kamers
speciaal voor gasten. Er is uitzicht op sawahs met vaak 's ochtends apen
in de pisangbomen. Er is een heuse douche in de royale badkamer., en als
je erg moe bent wordt er water gekookt op het gasstel- oh wat is elpiji
soms handig!, voor een mandi panas- een warme douche. Er is een wc Eropa,
dat wil zeggen dat je niet eens hoeft te hurken in dekamar kecil, die geen ' klein kamertje' is.
Bovendien heeft Komang een vaste telefoon en een computer met internetverbinding via een aparte lijn.
En de familie uit het oude huis komt gelukkig geregeld buurten. Er zijn veel meer
kuikentjes die echt kip of haan worden dan op het familie-erf, omdat de Pondok niet zo vlakbij die snel stromende
sungai ligt, waarin veel kuikentjes aan een te vroeg einde kwamen.
En de rindik, de bamboefoon, is meeverhuisd, een complete set zelfs, waarop
vader Komang en zijn minstens even talentrijke zoontje Agus 's avonds vaak mooie
muziek maken. En hun meester, Nasta, Komangs oom, komt ook vaak even spelen.
Voor
meer info en foto's en een mogelijkheid om te reserveren, klik hier en u komt bij
PondokMimpiBaliTours.
Daarnaast logeer ik voor de gezelligheid graag bij Cok, de kebayanaaister die
al sinds 2004 rond de Pasar bij ons in Leidenmeer dan een maand inwoont en in
2009 extra lang bleef. en daarom als een pleegdochter voelt. Al sinds mijn
eerste reis naar Indonesië in 1997 kom ik ook geregeld bij vrienden op Nusa
Penida, zustereiland van Bali. Ook op Lombok voel ik me welkom bij een bevrinde
Hindoefamilie in Gumese en op Sumatra en Java zijn wij vaak hartelijk ontvangen
door familieleden van Oooom Piet's erenichtje Heri Lahamid. We hebben ook overnacht
bij Heri's kos in Bukittinggi, bij Tari's familie in Nggringging, op de
grens van midden- en oost-Java, bij Eppy en Rambo op Flores, bij Rambo's en Freddy's
families op Sumba, bij batikmakers op Madura en in Solo en bij onze favoriete
dalang, Ledjar Subroto in Yogya. En in Kota Gede bij Jogja hopen wij nog
vaak in te trekken bij Wafiq en zijn gastvrije gezin. In Jakarta werd de rode
loper voor ons uitgerold door Eddy, die ons boutique-achtige winkels liet zien,
internationale zeer haute cuisine liet proeven en in Hotel Kempinski liet
logeren, met een kamer met echt alle comfort. Met de bedoeling dat wij ons beeld
van Indonesië als land van armoezaaiers bij zouden stellen. En toch genoten
wij het meest van die laatste avond gezellig met de bevriende medewerkers van
Eddy en met de chauffeurs sateh eten langs de weg- in ons Indonesië.
Indonesië is telkens weer anders- hoge kaste, lage kaste, veel of weinig
geld, hoge of zelfs geen opleiding, Hindoe, Moslim, Christen, Boedist. Deze anak
Bandung blijft geboeid door al die verschillen in haar geboorteland. Ook blijf
ik me verbazen over hoe moeilijk het is de adat, gewoontes, manier van
in het leven staan, goed te interpreteren- een misverstand ligt in een klein hoekje!
Soms wordt het dus uithuilen (of kwaad worden) en opnieuw beginnen, maar
meestal toch: genieten van de warmte en het je gekoesterd weten. [ naar
boven ] Tempo Doeloe- wat er nog van te vinden
isIn 1996 ging ik terug. Indië was ondertussen Indonesië- een
naam die tot jaren na de oorlog in de familie taboe was. Ik ging er eigenlijk
van uit dat Indië naar Den Haag was verhuisd, en dat ik in Indonesië
weinig te zoeken had. Maar na 50 jaar greep ik toch de kans om met mijn man mee
te reizen naar mijn geboorteland. Bij het Instituut Indonesische Cursussen in
Leiden volgde ik een basiscursus Bahasa Inonesia. En met mijn moeder wisselde
ik briefkaartjes uit in mijn woordenboek-Bahasa en mijn moeders mengeling van
Pasar-maleis en Indonesisch. Om te oefenen. Maar ook omdat de 88-jarige zo graag
zelf die reis had willen maken. De 54-jarige dochter genoot van Mammie's medeleven,
dat ook na die reis duidelijk bleek. Alle brieven en foto's en meebrengsels werden
samen nog 's besproken en bekeken, en we maakten zelfs plannen voor een gezamelijke
reis.
Met man en dochter had ik ook de Merdikalaan
in Bandoeng opgezocht en het huis waar ik geboren werd, vlak voordat de
tweede wereldoorlog ook in Indië alles op z'n kop zette. Jean Klusman was lichtarts in Bandoeng en Mieneke
Klusman-James stond tijdens de oorlogsjaren aan het hoofd van een soort vrouwencommune in het grote doktershuis.
Jean was vier jaar lang krijgsgevangene in Japan, maar Mieneke kreeg het stempel Belanda Indo en kon daarom met haar vier kinderen buiten het kamp blijven. Zij
verhuurde kamers aan vrouwen die ook het kamp niet in hoefden- maar wel onderdak
nodig hadden. Waar het huis stond is er nu een politiebureau- heel mooi, met een grote waringinboom,
met veel motor- en bromfietsen van de werknemers eronder, en wagentjes met tahu
isi en satééh!
We gingen ook naar Semarang, geboortestad
van mijn vader en van zijn ouders en van zijn moeder's moeder. Ik kreeg fotootjes
mee van het huis dat mijn Opa Alexander Klusman in Tjandi bouwde, boven Semarang.
We vonden inderdaad dat in het begin van de 20e eeuw gebouwde huis weer terug,
met de hulp van mensen die ons graag hielpen zoeken aan de hand van die kleine,
indrukwekkend oude foto's. De chauffeur vroeg of we ook naar het kurkòp
wilden. ?? Oh! Het kerkhof. Met de keurig onderhouden oorlogsgraven van de tijdens
de politionele acties omgekomen Nederlanders.
Pas in
2002 gingen we naar Cirebon/Tjeribon en naar Tegal, waar mijn moeder geboren werd.
Opa James werkte daar toen als smalspooringenieur. Langs de weg in Tegal at ik iets
mysterieus dat mij als specialiteit van Tegal was aanbevolen. En opeens zat ik
weer in de keuken in Voorburg, en proefde mijn moeders kerriesoep! We gingen ook
naar wat er over was van de P.G. Gempol, de Pabrik Gula, suikerfabriek, waar oom
Piet geboren werd. Verbazingwekkende grote raderen en opslagtanks. We zagen ook
de rangeerruimte met een heel stel locomotieven. Van het spoortje dat Opa James
aanlegde toen hij directeur werd van de Ament suikerfabrieken zagen we niet veel
meer. Destijds was dat heel controversiëel en te modern voor een deel van
zijn schoonfamilie.
Opa James werd geboren in Fort de Cock, waar ik in 1999
en 2000 Heri opzocht toen zij een jaar op haar Nederlandse visum moest wachten.
Het heet nu Bukittinggi, en ik leerde er hoe jonge moslimvrouwen het hebben in
hun kos- op kamers. Op een rijtje naast elkaar in bed, spelen
met de kinderen van de huisbaas en om beurten voor de spiegel om de jilbab, het
hoofddoekje, elegant gedrapeerd vast te spelden. En achter het huis de aapjes voeren.
Ik herken nu van alles in de verslagen van de twee Sumatra-reizen van Opa James.
Het eerste geschreven in 1906 toen hij nog bij de Ned. Ind. Spoorweg My in Soerabaia
werkte. Hij beschrijft ook de vierdaagse treinreis van Oost Java naar Tandjong
Priok, de haven van het toenmalige Batavia. Ik logeerde een aantal keren in de
buurt van Tanjung Priok, in een echte volksbuurt in Cilincing, bij Heri's tante
Tuti. Ingenieur James bezoekt in 1906 ook Djocjakarta en de Kraton daar,
"door 15000 inlanders bevolkt". Bijna 100 jaar later kom ik daar tante
Mur ophalen, mijn gastvrouw in Yogya, als zij klaar is met lesgeven. Ik kwam zelfs
op de Indonesische televisie- de enige niet-Indonesische toeschouwer bij het millenniumfeest
van de in de Kraton gehuisveste apothekersschool. Schuin daartegenover koop ik
voor Oooom Piet kraton-pajoengs, mooi beschilderde parasollen. In de aloon-aloon
stonden een eeuw geleden "links de tygerhokken en de moskee". De tijgers
die ik zie bij de alun-alun zijn speelgoedmaskers. Volkskunst met papier maché
van oude schoolblaadjes. Opa James hield van volkskunst-
en van avontuur. Van 18 augustus tot 2 september 1914 reisde hij van Benkoelen
naar Palembang, dwars door Sumatra. Wie weet zet ik ooit nog zijn prachtige reisverslagen
op deze site- wie dat leuk vindt moet maar een aanmoedigend mailtje sturen. Hij
was een scherp waarnemer, maar zijn soms kritische commentaar is eerder praktisch
dan moreel of politiek. "De weg met de bruggen was juist ± 2 jaren
tevoren door de B.O.W. opgeleverd middels eenige duizenden dwangarbeiders, daar
er nagenoeg geen bevolking woont; over dezen weg had men ongeveer 10 jaren gedaan
!" En over iemand bij de mijnen die hij in 1914 bezocht: "Alleen
Jansen is te fanatiek;
Geeft zichzelf geheel en al, en eischt hetzelfde
van zyn personeel. Hoofdzakelyk uit economische redenen zorgt hy, om een voorbeeld
te noemen, voor een zéér goede voeding en gezonde huisvesting voor
zyn koelies". Zelf was hij niet zo fanatiek- maar wel een doorzetter. Hij
wilde zijn boot naar Palembang niet missen, en omdat hij volgens eigen zeggen
"zóó gedecideerd optrad" hielpen langs de rivier daarheen
de doesoen(=dorps)hoofden hem telkens aan 2 nieuwe roeiers zodat zijn boot in
5 en ½ uur 32 kilometer af kon leggen. Hij vond nog net tijd om de roeiers
"het zwaar-verdiende doch rykelyk extra-loon uit te betalen". Ooit komen
hier die oude Sumatra-foto's van Opa's reis in 1914. [ naar
boven ] In ontwikkeling: foto-verslagen van Indië en Indonesië-
albums familie Klusman-James-Ament vanaf 1882-1936 - Bandung - 1936-1946
- Indië-in-Holland - Voorburg en Den Haag - Sumatra, Pekanbaru - familie
Lahamid - Sumatra - met Heri in Bukittinggi - Sumatra, Pekanbaru - Heri
en Ferry's bruiloft - Indonesië-in-Holland - familie Wouda-Lahamid
- Indonesië-in-Holland - Cok, Komang, Wayang - Indië/Indonesië-in-Holland
- Pasar Malam Besar - Belahpane, Bali- de familie van Komang Ana - Java
- bij tante Tuti in Cilincing - Java - bij om Haris en tante Mur in Nogotirto
- Nusa Penida - Limo en de familie van Made Gata - Bali- agama Hindu,
Hindoe ceremonies en toebehoren - Bali- waar en bij wie wij onze spullen halen
- Yogyakarta - vakantie 1996-1997 - Yogyakarta - inkoopreizen 1998-2006
- Djokjakarta - het Yogya van Opa James - Nusa Penida - oud stukje Bali- Karang
en Tanglad - Nusa Lembongan, Ceningan en Penida- zeewier - Nusa Lembongan
- ceremonies en Mimpi Manis - Lombok - ooit kolonie van Bali- bij Ketut Reni
en Made - Lombok - Pringgasela - Lombok - ooit kolonie van Bali- 'Desa
Nusa' - Sumba - ikatreis 1998 - Flores - ikatreis 2000 - Java - van
Bogor tot Yogya - met Deni op inkoopreis - Java - van Bandung tot Surabaya
- de batik pasisir route |