laatste
bijgewerkt 14 april 2010 Indië/Indonesiëwaarschuwing-
persoonlijke details en geen objectiviteitHet draait bij Oooom Piet allemaal
om Indië en Indonesië. Het startkapitaal voor Oooom Piet komt uit
Indië. Alles wat wij bij Oooom Piet verkopen komt uit Indonesië.
Onze klanten hebben vaak wortels in Indië. Lexa, de boss lady
van Oooom Piet, komt ook uit Indië. Zij begon haar import-zonder-winstoogmerk
met het geld van haar oom Piet James. Hij werd december 1911 geboren op de Suikerfabriek
Gempol even buiten Tjeribon-Cirebon, op Java. Dit stukje van de site gaat
over Indonesië en Indië. Het Indonesische stuk wacht op tijd om alle
foto's te scannen en van commentaar te voorzien. Dat kan noge evn duren. Het
stuk over Indië en ver de familie en de wortels van Lexa Jaffe-Klusman is
er al- daar zit u nu.. Lexa's oom Piet James en haar peetoom Lexis Klusman,
haar moeder Mieneke Klusman-James en haar vader Jean Klusman, haar peetopa Alex
Klusman en haar oma Jeanne Klusman-Sassin, opa Frits James en oma Toos James-Ament
werden allemaal in Indië geboren. Zij zijn allemaal in Europa overleden.
Ook al Lexa's overgrootouders zijn in Indië geboren- en zij mochten daar
tot hun dood blijven, al gingen de meesten wel een keer met verlof naar
Nederland. Misschien op Grandpapa Sassin na, die rare Fransoos, maar zijn
vrouw, Grandmaman Elisabeth Sassin, geboren Rogge, er Chinees uitziend, werd zeker
ook in Indië geboren. Na de oorlog heeft Lexa haar nog even gekend, in Den
Haag, en zij is zelfs naar haar vernoemd, omdat Mammie Mieneke deze oma van Pappie
Jean bewonderde en lief vond. Zij had negen dochters, van wieLexa's oma de eerste
was. waarschuwing- hier wordt het, bijna,
politiek Het gaat dus over een koloniale familie en Indische Nederlanders.
En het gaat over het land dat Lexa in 1996 terugvond als Indonesië. Een heel
groot eilandenrijk, met mensen van wie de ouders hebben moeten vechten voor onafhankelijkheid
van de Nederlanders. Zij noemen die tijd vaak waktu penduduk, de bezetting,
maar Lexa vindt dat niet terecht. Haar voorouders waren geen penduduk, bezetters,
toch? Maar wat waren die kolonialen met hun grote huizen en talrijke bedienden
dan wel ? Als je maar ver genoeg teruggaat vind je er zelfs 'slavenhouders'
bij de familie van haar moeders moeder, en een Javaanse voormoeder die tot Christin
gedoopt werd zodat de Nederlandse voorvader met haar kon trouwen. Haar vaders
grootvader was een Amsterdamse timmerman die ergens in de 19e eeuw zijn fortuin
in Semarang zocht. Hij maakte deel uit van een politiek systeem waar Lexa veel
kritiek op heeft, maar was hij een bezetter? Na de tweede wereldoorlog gingen
de familieleden, en ook Lexaatje zelf, als zogenaamde repatrianten naar
Nederland- maar ze gingen niet weer naar hun vaderland, Nederland was een
land dat ze nog nooit eerder gezien hadden. Ze waren er allochtonen in een tijd
dat dat woord zelden gebruikt werd. Maar de gevoelens van ontworteling waren vast
niet zoveel anders dan van mensen die zonder Nederlands staatsburgerschap hier
kwamen. Nederland was in meer dan één opzicht een koud land.
Dat is waarschijnlijk ook waarom Indonesië zo warm aanvoelt- en dan gaat
het niet alleen om het weer. Vergeeft u mij dus alstublieft als ik nadruk
leg op die kanten van Indonesië- natuurlijk weet ik best dat vooral tijdens
de onafhankelijkheidstijd onvergeeflijke dingen zijn gebeurd. Dat onze politionele
acties ook agresi militer kunnen worden genoemd, dat 'wij' ook
schandelijke dingen hebben gedaan doet daar niets aan af. Mijn vader zei vaak
'alle politiek is vuiligheid'. Na vier jaar krijgsgevangenschap mocht hij dat
vinden van mij. Tsja- politiek. Indië-Indonesië is ook zonder dat ingewikkeld
genoeg. Lexa- buitenkampkind en repatrianteLexa
is in 1941 in Bandoeng/Bandung geboren, vlak voordat Japan haar geboorteland bezette.
Haar vader ging toen Lexa 3 maanden oud was als krijgsgevangene naar Japan, haar
moeder was gelukkig Belanda-Indo, en daarom mochten wij in ons grote oude
huis blijven wonen in plaats van het kamp in te moeten. Het Klusman-gezin werd
pas in december 1945, na precies 4 jaar, in Batavia/Jakarta herenigd. Na nog
even in Makassar/Ujung Pandang te heben gewoond voer de familie, allemaal in onze
voormalige kolonie geboren, in de voorzomer van 1946, op dezelfde boot als oom
Lexis, haar peetoom, en zijn vrouw tante Jane, ook in Indië geboren, naar
Nederland. Daar vond het gezin van ontwortelden, in een klein, vlak en regenachtig
land met woningnood, onderdak bij vrienden en familie- maar werd daarvoor wel
opgesplitst. Oom Lexis en tante Jane trokken al vrij snel verder, naar Hong
Kong, want oom Lexis werkte voor Internatio, en die maatschappij was, niet ten
onrechte vermoed ik, in het Indonesië van Soekarno, "die met de Duitsers
had geheuld" volgens Mieneke Klusman, niet meer welkom. En Hong Kong was
toen nog deel van The British Commonwealth, dus je kon daar in een heerlijk groot
huis wonen in een lekker klimaat. Lexaatje was blond, maar een donkerdere
oudere broer en zus werden op straat tot pindachinees uitgeroepen, op weg naar
de psalmenzingende school van het gastgezin. Lexa vond Op de Grooote Stille
Heide een prachtig lied, maar toen het gezin, verrijkt met een kleine baby,
met z'n zevenen weer bij elkaar kon wonen in een klein bovenhuis werd Lexa van
de School met de Bijbel af gehaald en ging zij naar een erg leuke Montessorischool.
Daar was een Hertenkamp met allemaal leuke beesten en Lexa zat aan een tafeltje
bij het balkon van de mooie villa die school was geworden. Als mensen in
Lexa bofte. Lexa herinnert zich blokken op de trappers van de voor haar te grote
fiets in Voorburg, maar ze weet zich echt niets te herinneren van die eerste jaren
van haar leven. Oorlog in Bandung. Oh nee- toen nog Bandoeng. Verdrongen?? wortels
watergevenIn elk geval was zij er verbaasd over dat ze zich zo direct
'thuis' voelde toen zij in 1996, 50 jaar na haar verkassing naar het kille Nederland,
rondreisde in Indonesië met haar Amerikaanse man en jongste dochter. Verdrongen-
vergeten, maar toch: Tanah Air Kita, 'ons land en water', Lexa's geboorteland.
Ook de taal voelde meteen 'eigen'. Haar sterrenkundige echtgenoot was zo slim
geweest om aan te bieden een praatje te houden voor de astronomen in het prachtige
Bosscha Observatorium in Lembang. Dus werden ook Lexa en dochter Jenny door de
zoons van Professor Bambang Hidayat, in 1996 nog directeur van de Sterrewacht,
gastvrij op eten en drinken getracteerd. En als zij door zijn sopir werden
rondgereden, met een aardige studente als gids, zat Lexa voorin, om haar Indonesisch
te oefenen, want zij had bij het Instituut Indonesische Cursussen wel 8 avonden
les gekregen in het Bahasa Indonesia. Lexa bofte. Ook omdat niemand
in Indonesië er een probleem van leek te maken dat zij een Belanda en
een bule, een Hollandse en een bleekscheet was. Maar zij was wel gado-gado-
'ratjetoe', dus 'gemengdbloedige',. Lexa bofte ook dat ze thuis altijd
de Indische woordjes en klanken om zich heen had gehad- grapjes makenen plagen
zijn manieren om vrinden te maken in Indonesië. Komang vertelde mij dat vele
jaren later- maar ik wist dat al. In 1998 kreeg Lexa een eigen kamar
binnen Komangs familie-erf op Bali, en ze voelt zich lid van een grote pleegfamilie,
over een aantal eilanden verspreid. Want Lexa vindt dat zij als anak Bandung
kind van het land is, en dus slaapt ze liever niet als toerist in een hotel, maar
weet ze heel pintar zich telkens weer te laten uitnodigen bij mensen thuis,
bij Wafiq en zijn familie on tante Tuti op Java, maar ook op Flores en Sumba en
Madoera- waar zij maar een paar dagen was. Want Lexa mag / moet als intiatiefnemer
en uitvoerend directeur van de 16 september stichting, het familiestichtinkje
achter Oooom Piet, vaak naar haar geboorteland terug om inkopen te doen voor Oooom
Piet. Tja- geen winstoogmerk betekent toch niet dat je geen plezier ergens aan
mag beleven? En ik zei het toch al: Lexa is een bofferd. Indië
en Juf Lexa's moeder Mieneke, oom Piets grote zus, is de derde
van links op de badpakkenfoto uit 1917. Ik denk dat Opa Frits James zelf die foto
heeft genomen, met statief en self-timer. Hij staat helemaal rechts naast Oma
Toos James-Ament. Links van Oma staat Juf, Caroline de Corte, met aan haar hand
?
Ja, Oom Piet zelf! Het lachende Omaatje uit onze briefkaartserie dat u in
de kolom links kunt zien heeft wel iets van de Juf uit mijn eigen kinderjaren-
en grappig genoeg vinden veel Indische klanten haar "net mijn moeder / oma".
Juf was een soort Indische oma voor ons."Indië" betekent voor
iedereen iets anders. De familie van mijn moeder zat al heel lang in Indië,
vooral de familie van haar moeder, Toos Ament, van de Ament Suikerfabrieken,
bij Tjeribon/Cirebon. Van haar kwam ook "het Indische bloed", dat ons
tijdens de 2e wereldoorlog buiten het kamp hield. Mijn vaders ouders werden allebei
in Semarang geboren, en zijn moeders moeder ook, met bij mijn overgrootmoeder
Elisabeth Rogge een deels Chinese achtergrond. Mijn vader's vader's vader kwam
met zijn vrouw uit Amsterdam, waar hij timmerman was. Deze overgrootvader zocht
en vond eind 19e eeuw zijn geluk in de handel in de Oost, en de meeste van zijn
kinderen werkten net als hun vader bij Internatio. Mijn moeder had wel eens
moeite met de manier waarop mijn Opa Klusman met zijn (nieuwe!) geld omging.'Nouveaux
riches', nieuwe rijken, daar keek Mieneke een beetje op neer. Zou ik het toch
van haar hebben dat ik mensen die laten merken dat ze rijk zijn niet vertrouw?
Nou ja- als je naar Suharto en Zoons kijkt... Juf staat centraal in wat ik
als "echt Indisch" zie, het goede en het slechte daarvan. En dan denk
ik zowel aan Juf zelf als aan haar verhouding met mijn koloniale familie. Grote
trouw wederzijds en schrijnende klasseverschillen die gebaseerd waren op hoeveel
Indisch bloed er doorheen was gefladderd- om het op z'n Jufs te zeggen. Juf
zat eind 19e eeuw met Toos Ament op het ondernemingsschooltje van suikerfabriek
Gempol bij Tjeribon. Zij heette Lien de Corte en haar vader werkte op de onderneming.
Toen de dochter van de directeur, Toos, getrouwd was met ir. Frits James vroeg
zij of Lien, ondertussen kinderjuffrouw en toevallig zonder baan, bij haar wilde
werken. "Maar je begrijpt wel", aldus het verhaal, "dat ik dan
niet meer Toos ben, maar mevrouw." Juf begreep dat heel goed, Lexa wat minder.
Juf voelde zich heel Hollands en kon prachtig vertellen over die spannende oorlog
hier, die wij in Bandoeng mis waren gelopen. En gehuld in een bontjas waar ze
haast in verdween, zoals ook Koningin Wilhelmina die droeg, sjouwde zij met een
grote vlaggestok om Juliana's troonsbestijging vorstelijk in te kunnen luiden.
Toen de familie James naar Nederland migreerde (om een modern woord te gebruiken
voor wat ook vaak "repatriëring" wordt genoemd), woonde Juf lang
bij Tante Tottie, bij de zwemfoto nog niet geboren, en ook een aantal jaren bij
Oom Piet in Zweden. Later kwam Juf minstens eens in de week bij ons eten. Zij
gaf Jeannette, de jongste (in Holland geboren- wat een trauma!) elke week "zakgeld",
en breide een prachtig dekentje voor haar Schildpad-pop, en later breide zij een
grotere voor mijn eerste baby. Of kreeg die hem alleen via mijn grote zus Jankie,
die mijn kinderen zoveel leuks (door)gaf? Ach- bij familiegeschiedenis gaat het
vooral om het idee en het gevoel. Het gevoel dat Juf ook voor de kleinkinderen
van Toos en Frits James niet weg te denken is uit hun jeugd. Dat is een belangrijk
aspect van Indië: sterke familiebanden en trouw aan wie je dierbaar is- ook
al wist Mieneke zich de harde meppen met Jufs slof en met de sapoe lidi
nog maar al te goed te herinneren. Tja, dat Indië... [ naar
boven ] Indonesië Indië is
niet in één beeld te vangen. En ook Indonesië bestaat uit zoveel
verschillende mensen, op zoveel eilanden, met zoveel talen, culturen, religies
en economische omstandigheden, dat er niet één verhaal over te vertellen
is. Wat u hier vindt is een aantal ideeën en verhaaltjes vanuit een persoonlijke
invalshoek, met foto's uit familie-albums of tijdens inkoopreizen gemaakt.
Bij mijn nieuwe, Indonesische, familie ben ik soms Oma Lexa, soms Bò Ketut,
wat op Bali "mijn als vierde geboren zusje" betekent. Oooom Piet's hoofdkwartier
ligt in Blahpane, op Bali, waar wij op het familie-erf van Komang Anantara zelfs
een eigen kamar hebben. Maar nu hij een prachtig eigen huis heeft gebouwd
mogen we daar niet meer slapen. Zijn moeder is niet erg gezond en zijn broer werkt
vaak in nachtdienst en heeft recht op een eigen kamer, dus in augustus 2009 moest
die arme Lexa weer verkassen. Naar een heerlijke kamer met uizicht op sawahs
en een heuse douche in de royale badkamer- het woord kamar kecil, 'het
kleine kamertje', klopt hier echt niet! Bovendien is er een van Oooom Piet gekregen
computer, met internetverbinding via een snelle lijn en komt de familie uit het
oude huis geregeld even buurten. En er zijn veel meer kuikentjes die echt kip
of haan worden, omdat het niet zo vlakbij die snel stromende sungai ligt,
waarin veel domme kuikentjes aan een te vroeg einde kwamen. En de rindik,
de bamboefoon, is meeverhuisd, een complete set zelfs, waarop vader Komang en
misschien wel nog talentrijker zoontje Agus vaak 's avonds mooie muziek maken.
En de meester, Nasta, Komangs oom, komt ook vaak even spelen. Daarnaast logeer
ik voor de gezelligheid graag bij Cok, de kebayanaaister die al sinds 2004 rond
de Pasar bij ons in Leidenmeer dan een maand inwoont en in 2009 extra lang bleef.
en daarom als een pleegdochter voelt. Al sinds mijn eerste reis naar Indonesië
in 1997 kom ik ook geregeld bij vrienden op Nusa Penida, zustereiland van Bali.
Ook op Lombok voel ik me welkom bij een bevrinde Hindoefamilie in Gumese en op
Sumatra en Java zijn wij vaak hartelijk ontvangen door familieleden van Oooom
Piet's erenichtje Heri Lahamid. We hebben ook overnacht bij Heri's kos
in Bukittinggi, bij Tari's familie in Nggringging, op de grens van midden- en
oost-Java, bij Eppy en Rambo op Flores, bij Rambo's en Freddy's families op Sumba,
bij batikmakers op Madura en in Solo en bij onze favoriete dalang, Ledjar
Subroto in Yogya. En in Kota Gede bij Jogja hopen wij nog vaak in te trekken bij
Wafiq en zijn gastvrije gezin. In Jakarta werd de rode loper voor ons uitgerold
door Eddy, die ons boutique-achtige winkels liet zien, internationale zeer haute
cuisine liet proeven en in Hotel Kempinski liet logeren, met een kamer met echt
alle comfort. Met de bedoeling dat wij ons beeld van Indonesië als land van
armoezaaiers bij zouden stellen. En toch genoten wij het meest van die laatste
avond gezellig met de bevriende medewerkers van Eddy en met de chauffeurs sateh
eten langs de weg- in ons Indonesië. Indonesië is telkens
weer anders- hoge kaste, lage kaste, veel of weinig geld, hoge of zelfs geen opleiding,
Hindoe, Moslim, Christen, Boedist. Deze anak Bandung blijft geboeid door
al die verschillen in haar geboorteland. Ook blijf ik me verbazen over hoe moeilijk
het is de adat, gewoontes, manier van in het leven staan, goed te interpreteren-
een misverstand ligt in een klein hoekje! Soms wordt het dus uithuilen (of
kwaad worden) en opnieuw beginnen, maar meestal toch: genieten van de warmte en
het je gekoesterd weten. [ naar boven ] Tempo
Doeloe- wat er nog van te vinden isIn 1996 ging ik terug. Indië was
ondertussen Indonesië- een naam die tot jaren na de oorlog in de familie
taboe was. Ik ging er eigenlijk van uit dat Indië naar Den Haag was verhuisd,
en dat ik in Indonesië weinig te zoeken had. Maar na 50 jaar greep ik toch
de kans om met mijn man mee te reizen naar mijn geboorteland. Bij het Instituut
Indonesische Cursussen in Leiden volgde ik een basiscursus Bahasa Inonesia. En
met mijn moeder wisselde ik briefkaartjes uit in mijn woordenboek-Bahasa en mijn
moeders mengeling van Pasar-maleis en Indonesisch. Om te oefenen. Maar ook omdat
de 88-jarige zo graag zelf die reis had willen maken. De 54-jarige dochter genoot
van Mammie's medeleven, dat ook na die reis duidelijk bleek. Alle brieven en foto's
en meebrengsels werden samen nog 's besproken en bekeken, en we maakten zelfs
plannen voor een gezamelijke reis. Met man en dochter
had ik ook de Merdikalaan in Bandoeng opgezocht en het doktershuis waar ik vlak
voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog in geboren werd. Jean Klusman was
daar lichtarts en Mieneke Klusman-James stond er tijdens de oorlogsjaren aan het
hoofd van een soort vrouwencommune. Jean was vier jaar lang krijgsgevangene in
Japan, maar Mieneke kreeg het stempel Belanda Indo en bleef daarom met
haar vier kinderen buiten het kamp. Zij verhuurde kamers aan vrouwen die ook het
kamp niet in hoefden- maar wel onderdak nodig hadden. Het huis is nu een politiebureau-
heel mooi, met een grote waringinboom, met veel motor- en bromfietsen van de werknemers
eronder, en wagentjes met tahu isi en satééh!
En we gingen naar Semarang, geboortestad van mijn vader en van zijn ouders en
van zijn moeder's moeder. Ik kreeg fotootjes mee van het huis dat mijn Opa Alexander
Klusman in Tjandi bouwde, boven Semarang. We vonden inderdaad dat in het begin
van de 20e eeuw gebouwde huis weer terug, met de hulp van mensen die ons graag
hielpen zoeken aan de hand van die kleine, indrukwekkend oude foto's. De
chauffeur vroeg of we ook naar het kurkòp wilden. ?? Oh! Het kerkhof.
Met de keurig onderhouden oorlogsgraven van de tijdens de politionele acties omgekomen
Nederlanders. Pas in 2002 gingen we naar Cirebon/Tjeribon
en naar Tegal, waar mijn moeder geboren werd. Opa James werkte daar als smalspooringenieur.
Langs de weg in Tegal at ik iets mysterieus dat mij als specialiteit van Tegal
was aanbevolen. En opeens zat ik weer in de keuken in Voorburg, en proefde mijn
moeders kerriesoep! We gingen ook naar wat er over was van de P.G. Gempol, de
Pabrik Gula, suikerfabriek, waar oom Piet geboren werd. Verbazingwekkende grote
raderen en opslagtanks. We zagen ook de rangeerruimte met een heel stel locomotieven.
Van het spoortje dat Opa James aanlegde toen hij directeur werd van de Ament suikerfabrieken
zagen we niet veel meer. Destijds was dat heel controversiëel en te modern
voor een deel van zijn schoonfamilie. Opa James werd geboren in Fort de Cock,
waar ik in 1999 en 2000 Heri opzocht toen zij een jaar op haar Nederlandse visum
moest wachten. Het heet nu Bukittinggi, en ik leerde er hoe jonge moslimvrouwen
het hebben in hun kos, dat wil zeggen: op kamers. Op een rijtje naast elkaar in
bed, spelen met de kinderen van de huisbaas en om beurten voor de spiegel om de
jilbab, de sluier, elegant gedrapeerd vast te spelden. En achter het huis de aapjes
voeren. Ik herken nu van alles in de verslagen van de twee Sumatra-reizen
van Opa James. Het eerste geschreven in 1906 toen hij nog by de Ned. Ind. Spoorweg
My in Soerabaia werkte. Hij beschrijft ook de vierdaagse treinreis van Oost Java
naar Tandjong Priok, de haven van het toenmalige Batavia. Ik logeerde een aantal
keren in de buurt van Tanjung Priok, in een echte volksbuurt in Cilincing, bij
Heri's tante Tuti. Ingenieur James bezoekt in 1906 ook Djocjakarta en de
Kraton daar, "door 15000 inlanders bevolkt". Bijna 100 jaar later kom
ik daar tante Mur ophalen, mijn gastvrouw in Yogya, als zij klaar is met lesgeven.
Ik kwam zelfs op de Indonesische televisie- de enige niet-Indonesische toeschouwer
bij het millenniumfeest van de in de Kraton gehuisveste apothekersschool. Schuin
daartegenover koop ik voor Oooom Piet kraton-pajoengs, mooi beschilderde parasollen.
In de aloon-aloon stonden een eeuw geleden "links de tygerhokken en de moskee".
De tijgers die ik zie bij de alun-alun zijn speelgoedmaskers. Volkskunst met papier
maché van oude schoolblaadjes. Opa James hield
van volkskunst- en van avontuur. Van 18 augustus tot 2 september 1914 reisde hij
van Benkoelen naar Palembang, dwars door Sumatra. Wie weet zet ik ooit nog zijn
prachtige reisverslagen op deze site- wie dat leuk vindt moet maar een aanmoedigend
mailtje sturen. Hij was een scherp waarnemer, maar zijn soms kritische commentaar
is eerder praktisch dan moreel of politiek. "De weg met de bruggen was juist
± 2 jaren tevoren door de B.O.W. opgeleverd middels eenige duizenden dwangarbeiders,
daar er nagenoeg geen bevolking woont; over dezen weg had men ongeveer 10 jaren
gedaan !" En over iemand bij de mijnen die hij in 1914 bezocht: "Alleen
Jansen is te fanatiek;
Geeft zichzelf geheel en al, en eischt hetzelfde
van zyn personeel. Hoofdzakelyk uit economische redenen zorgt hy, om een voorbeeld
te noemen, voor een zéér goede voeding en gezonde huisvesting voor
zyn koelies". Zelf was hij niet zo fanatiek- maar wel een doorzetter. Hij
wilde zijn boot naar Palembang niet missen, en omdat hij volgens eigen zeggen
"zóó gedecideerd optrad" hielpen langs de rivier daarheen
de doesoen(=dorps)hoofden hem telkens aan 2 nieuwe roeiers zodat zijn boot in
5 en ½ uur 32 kilometer af kon leggen. Hij vond nog net tijd om de roeiers
"het zwaar-verdiende doch rykelyk extra-loon uit te betalen". Ooit komen
hier die oude Sumatra-foto's van Opa's reis in 1914. [ naar
boven ] In ontwikkeling: foto-verslagen van Indië en Indonesië-
albums familie Klusman-James-Ament vanaf 1882-1936 - Bandung - 1936-1946
- Indië-in-Holland - Voorburg en Den Haag - Sumatra, Pekanbaru - familie
Lahamid - Sumatra - met Heri in Bukittinggi - Sumatra, Pekanbaru - Heri
en Ferry's bruiloft - Indonesië-in-Holland - familie Wouda-Lahamid
- Indonesië-in-Holland - Cok, Komang, Wayang - Indië/Indonesië-in-Holland
- Pasar Malam Besar - Belahpane, Bali- de familie van Komang Ana - Java
- bij tante Tuti in Cilincing - Java - bij om Haris en tante Mur in Nogotirto
- Nusa Penida - Limo en de familie van Made Gata - Bali- agama Hindu,
Hindoe ceremonies en toebehoren - Bali- waar en bij wie wij onze spullen halen
- Yogyakarta - vakantie 1996-1997 - Yogyakarta - inkoopreizen 1998-2006
- Djokjakarta - het Yogya van Opa James - Nusa Penida - oud stukje Bali- Karang
en Tanglad - Nusa Lembongan, Ceningan en Penida- zeewier - Nusa Lembongan
- ceremonies en Mimpi Manis - Lombok - ooit kolonie van Bali- bij Ketut Reni
en Made - Lombok - Pringgasela - Lombok - ooit kolonie van Bali- 'Desa
Nusa' - Sumba - ikatreis 1998 - Flores - ikatreis 2000 - Java - van
Bogor tot Yogya - met Deni op inkoopreis - Java - van Bandung tot Surabaya
- de batik pasisir route |