|
www.ni9nelives.nl
klik
hier voor de officiele website van de
Tong Tong Fair
klik hier om bij Komngs site
te komen: logeren op Bali

2004- Komang en Cok door Mo- achter de trapnaaimachines, met vliegers
boven hun hoofden
Cok in 2004- geen spannende foto: "net
Pasar Gianyar"

Maurits en Marieke, Komang en Cok werden snel vrinden- ze zagen elkaar
in Bali weer terug 
2007- Komang, Rita en Peggy- Rita was er in 2011 ook weer bij 
Shelly en Hedy Lapré lieten zich op Bali rondrijden door Komang en Shelly
was ook gast in zijn pondok

2005- Lexa met cucu Gilles- nu woont hij met Herry en Ferry in Pekanbaru, op Sumatra 
in pakaian adat- met Margriet

Gilles doet aan 'kinderarbeid' net als Mo en de kinderen op Nusa
Cok meet Wieteke op in 2004 
Tante Lien- tante met haar nichtje 
Oooopa Walter doet de fluit voor
|
|
Pasar-Tong Tong Fair
VEEL DANK AAN ALLE TROUWE KLANTEN
Ooom
Piet nam in 2010, na 14 jaar van groei en bloei, afscheid van 'de Pasar'
en
won toen zelfs de Ems Grizel-trofee voor de best verzorgde
stand
op de Tong Tong Fair van mei-juni 2011 zagen wij veel oude klanten terug
bij de stand van jaits
Cok en Yutu / Oooom Piet
Misschien komen zij volgend jaar weer- ze zijn nu weer in Gianyar, Bali
na eerst alle bestellingen keurig afgemaakt te hebben.
Mocht unaar Bali gaan en daar iets willen laten maken of kopen
dan kunt U Cok en Yutu vinden op Pasar Pagi Gianyar, lantai I.
En mocht u bij onze vrind en helper Komang willen logeren: klik hier
Piekerans
van een Pasarslijper- de gevaren van groei
Sinds 1997 tot en met 2010 stond Oooom Piet op de Tong Tong Fair- toen nog
de Pasar Malam Besar. Het begon met een heel klein standje, waar hoogstens twee
mensen nodig waren. In 1999 en 2000 hadden
we al meer ruimte en meer helpers nodig, maar iedereen verkocht alles, en iedereen kende de achtergrond en de verhalen die bij de spulletjes hoorden. In 2001 verhuisden we naar onze 'vaste' plek, al van verre te herkennen aan alle steeds mooier opgehangen vliegers- die ons ook in 1997 al zo populair maakten. In 2004 kwam er een speciaal
stuk voor de djaits- kleermakers- bij en in 2009 waren we op ons allergrootst.
In 2010
wilden we eigenlijk niet meer terugkomen omdat groter vaak slechter is. Maar ja,
we wilden onze vrienden uit Indonesië,
in samenwerking met stichting Tong Tong, graag nog één keer hierheen halen. Jaja-
we wilden ook proberen van onze overdreven grote voorraad af te komen voor we
afscheid namen als 'de leukste stand van de hele pasar'- een vleiend oordeel van veel trouwe klanten.
De schaalvergroting was kurang baik, niet echt goed, voor Oooom Piet. Lexa kon het niet meer aan- zij had het gevoel dat het vaak alleen nog om geld ging- en dus niet altijd om authentieke spullen. In haar oorspronkelijke
visie ging het erom mensen aan geld helpen door handgemaakte en traditionele artikelen van de makers af te nemen- handel op voet van gelijkheid en het stimuleren van kunst en kunstnijverheid. Op speelse en creatieve wijze hier verkocht aan mensen die hielden van de geur van Indië-Indonesië.
Bij de tot één grote stand geworden reeks kleine standjes
van Oooom Piet spraken de helpers soms pas echt met elkaar op de koempoelan na afloop.
Waar was het hechte team van vroeger, waar iedereen op elk deel van de stand kon
worden ingezet? Was dit nog wat Oooom Piet wilde zijn? Hoe 'speels en creatief'
waren we eigenlijk bezig?
Waar was de geur van Indië-Indonesië
in onze mooie grote stand?
Wij gingen dus 'weg' bij de Tong Tong Fair. Ja toch?
Maar een Tong Tong Fair zonder de vliegers van Oooom Piet? Jammer. Maar vliegers zonder Rubens Agaatsz, dat kan toch niet? Want onze Balinese vliegers zijn natuurlijk mooi als decoratie aan een muur of bij een groot feest, maar het allermooist zijn ze toch in de lucht. Vliegeren moet je lerent. En bij wie kan dat beter dan bij Rubens? Rubens vliegerworkshops in de Bengkel waren steeds overtekend- u bent bij deze gewaarschuwd! Rubens is weliswaar erg gevoelig voor kindertranen, maar het aantal deelnemers is niet onbeperkt uitbreidbaar. Dus gelukkig regelde Rubens iets en stond hij helemaal voorin bij Toko Tong Tong met onze en later ook met door Tong Tong hierheen gehaalde vliegers.
Bij Oooom Piet mochten kinderen altijd onze lawaaimakers uitproberen.
Ook wedstrijdjes met de gansingan bambu- de zingende bamboe tol, waren een Oooom Piet-traditie geworden. Toen er nog een tentpaal was liepen daar soms kinderen omheen met, aan een touwtje achter zich aan, hun kruipbeestjes. Bij Toko Tong Tong, waar ook artiesten hun cd's komen signeren, ging dat niet zo goed- al waren de tollen en de kruipbeestjes daar wel te koop.
En waar was Lexa? Lekker naar alle interessante lezingen en voorstellingen in het Bibit-theater? Nou nee. Lexa hielp Cok en Yutu en Rita, in een verstopt hoekje in het Indonesië-paviljoen bij het aannemen van naaibestellingen en het verkopen van batik en andere stoffen en kleding.
De Pasar- moeilijk er afstand van te nemen!
[naar boven]
De
òòòòm van Oooom Piet-
door vernietiging van het oude plaats maken voor nieuw leven
De òòòòm is een verwijzing
naar de mantra a-u-m, die staat voor de drie-eenheid van destructie, wedergeboorte
en bescherming van nieuw leven. Oooom Piet was toe aan wedergeboren
worden, aan nieuwe Mimpi Manis- zoete dromen die tot iets moois
mogen groeien.
Maar eerst afscheid nemen van het oude.
Dus
toch nog één keer een grote stand op Tong Tong? Ja. Maar afscheid
nemen van Tong Tong met alleen maar winkeldochters? Nee. Liever nog één
keer voor Tong Tong een container gevuld. Dus we kochten weer in.
We kochten haast geen kruipbeestjes en bamboe bromtollen
meer bij- 'op is op' werd het nieuwe motto.
Wel lekker nog één
keer de grootste keuze aan tempeldozen uit Bali ooit. En veel kleurige over-het-hoofd maskers van
papier machee. Goelings en andere
kapok-kussens met mooie slopen van batik en ndek hadden we nog te over. Die nemen veel plaats in- dus verkochten we ze tegen afbraakprijzen, net als de vrolijke en mooie handgebatikte Bali-dekbedden.
Ons huis moest leeg!
We hadden nog veel djongklaks maar alweer te weinig setjes bikkels-met-balletje. We kochten voor de Tong Tong Fair weer een heel stel, gelukkig snel doorverkochte, capil- bamboe hoeden tegen zon en regen- ook een paar door de betjakrijders al gebruikte, compleet met doorkijkgaten.
En batik.
Bij een fantastisch nieuw adres weerstonden we de verleiding niet en kochten veel batik kain panjang- lange lappen- als wikkelrok of baby-gendongan- draagdoek- te gebruiken, of gewoon 'voor het mooie'. En bij ons vertrouwde 'batik antik' adres vielen we weer voor de mooie oude kains, de batik bekas- vaak heel hoge kwaliteit al gedragen batik tulis- met een canting- wastrechertje- 'geschreven' batik. Niet duur omdat er af en toe een gat of een scheurtje in zit. Gebruikt betekent ook heerlijk glad en soepel. En veel genaaide kleding met gebatikte stoffen- zowel traditionele printjes als Balinese vrolijke batik cap- gestempelde batik in veel kleuren en vaak met diermotieven, zoals tjitjaks- de in Indonesië alomaanwezige muurhagedisjes. Precies goed voor kinderkleertjes zoals celana monyet of celana kodok- echt Indische kruippakjes.
Zwarte songkok, traditionele opvouwbare hoofddeksels uit Java van beludru- velours / fluweel, en blangkon van batik, met knoetje of met flappen van achter.Ook veel jongeren weten dat zij een wat ouder bruidspaar of idem jarige veel plezier kunnen doen
door in Indonesische kleding op hun feest te komen. Ook bij koempoelans blijkt de traditionele kleding geliefd. Aan dit soort 'wortels watergeven' heeft Oooom Piet altijd graag meegedaan.
En Anke en Gisette van Rise for Fashion brachten op Tong Tong 2010 een primeur: trendy tassen gemaakt van dezelfde meel- en
rijstzakken waarvan de basis-uitvoering al jaren op Tong Tong zo gretig afgenomen wordt. Maar
nu dus naast mooi afgewerkte boodschappen- en Yoga-tassen met bijpassende beursjes,
en handige strandtassen en koeltassen ook een fantastich picknick-kleed dat je
kunt opvouwen en als tas over je schouder hangen. We hebben heel wat uurtjes
met Bu Lana in Jogja overlegd hoe alles precies moest voor Rise for Fashion. In 2011 gaat Anke samen met Geertje proberen het kringloopgehalte van de tassen dichter bij de ideale 100% te brengen- een uitdaging waarbij wij hun graag helpen. [naar
boven]
[naar boven]
tanah air
kita- ons geboorteland, of: dunia kita-
onze wereld- inclusief 'de anderen'Oooom Piet is grootgeworden
door de Geur van Indië/Indonesië te verkopen- letterlijk en figuurlijk.
Maar er zijn meer landen met mensen die geld heel goed kunnen gebruiken en die
mooie dingen maken en/of mooie grondstoffen hebben en mooie stoffen om kleding
en tassen mee te maken. Dus kopen wij al jaren stenen en kralen in bij bevriende
collega's zoals de Afghaan Isaq Ibrahimi, van Parwan op de Herengracht in Amsterdam,
en bij het aardige Indiase echtpaar van Nita Gems in Eindhoven. Die kralen en
stenen namen we mee naar Yogya en Bali om er speciale sieraden mee te laten maken.
En de uit dit zaken doen gegroeide vriendschappen met mensen die weten wat oorlog
en verbanning kan aanrichten koesteren wij. Wat is precies het verschil tussen
als Indiër niet meer welkom zijn in Oeganda of als Belanda wegmoeten uit
de nieuwe Republik Indonesia?
Indonesië, 'tanah air kita', zoals
ik het tijdens de Tong Tong Fair tegen een collega uit Jakarta noemde, is van
ons samen- het Bahasa heeft voor dat soort 'wij, ons' een apart woord-kita.
Het is een vaste uitdrukking voor 'ons land', letterlijk 'onze aarde en water'.
Het is niettanah air kami- met het woord voor 'ons, maar zonder jou,
de aangesprokene'. Die collega stak meteen haar armen uit en drukte mij tegen zich
aan toen ik het zo over Indonesië had. Ik was ontroerd maar ook wat verbaasd.
Later sprak ik met twee jongere Indonesische vrouwen over een plannetje van
mij om Pak Ledjar een soort wayang potret te laten maken van Raden Saleh,
een Indonesiër die in Nederland schilder was. En toen zei een van die twee
vrouwen, getrouwd geweest met een Nederlander en hier al jaren wonend: "Ik
voel hier vlinders", en legde haar hand op haar hart. Ikzelf voelde toen
mijn ogen vochtig worden. Ontroering gemengd met verdrietigheid. Kennelijk
is het een uitzondering als een Belanda Indo, want dat ben ik, al zie je het misschien
niet aan me, als een Indisch meisje zich tussen haar geboortelandgenoten plaatst.
Kita, samen, niet kami, zonder jullie, naast of zelfs tegenover
jullie.
Maar eigenlijk voel ik me steeds minder Belanda en ook minder Indo.
Ik heb een Amerikaanse man en drie Amerikaanse dochters, van wie een in Kalimantan met orangoetans werkt en een ander met een Jamaicaan getrouwd is. Het is tijd om het
te hebben over dunia kita, de wereld van ons allen. [naar
boven] na de oorlog- Montessori, meer dan didactiek
Lexa
houdt niet zo van regels en wetten. Vraag maar bij Tong Tong. Vraag
maar aan klanten. Vraag maar aan moeders die hun kinderen hebben geleerd alleen
met hun ogen naar winkelwaren te kijken. En dan moeten ze bij Oooom Piet
met hun handen kijken en al spelende leren hoe een bamboe bromtol werkt,
of hoe een kruipbeestje kruipt. Die tegendraadse, licht anarchistische kant deelt
zij met haar vader, die de eerste vier jaar van haar leven straalde door afwezigheid.
Hij zat krijgsgevangen in Japan en vond later alle politiek vuiligheid. Het 'spelen
is leren' komt van Maria Montessori. Lexa zat, net als Tong Tong directeur
Siem Boon, op het Haags Montessori Lyceum. Daar ging zij heen door haar byzonder
in onderwijs geïnteresseerde moeder. Bij Mieneke, afstammeling van Van Riemsdijk
nog, was er genoeg Indisch bloed doorheen gefladderd, zoals Juffie de Corte
dat zo mooi zei, dat zij officieel tot Belando Indo was bestempeld. Tijdens de
Japanse bezetting was zij daarom als alleenstaande moeder voor vier buitenkampkinderen
verantwoordelijk. Op de Merdikaweg in Bandoeng/Bandung, de plek waar Lexa
in plaats van een doktershuis een politiebureau vond- gelukkig met een mooie,
grote waringin (door Indonesiërs beringin genoemd), groeide
in de oorlog een soort commune van vrouwen en kinderen. Naar school gaan kon niet,
dus er werd thuisonderwijs gegeven door Mammie Mieneke en op de boot naar Holland
door tante Jane. Na de oorlog, toen we als gezin een eigen half huis hadden
en niet meer, opgedeeld, inwoonden, over vrienden en familie verdeeld, hoefden
de kinderen ook niet meer naar de Christelijke school van het gastgezin.
Toen mocht Lexa, en later haar kleine zusje, naar Montessorischool Vreugd en Rust.
Lexa herinnert zich de villa waarin de school was ondergebracht nog goed, en de
hertenkamp met een bruggetje naar al die leuke dieren. En ze herinnert zich Sur
le Pont, d'Avignon- een liedje dat haar moeder Mienek gebruikte toen ze er
Franse les gaf. On-y danse, on-y dans., Dansend en spelend, verkleed
als Franse dametjes en heertjes of als Sambo, le petit nègre, en
de tot pannekoek smeltende tigre, leerden wij Frans. Mieneke kon geen orde
houden, maar in talen en en in het met kinderen omgaan blonk ze uit. En ze had
sterke ideeën over hoe onderwijs de wereld tot een betere plek kan maken.
[naar boven] het HML, oorlogen, PSP, kabouters en One
WorldHet HML had inderdaad veel invloed op Lexa's manier van tegen de
wereld aankijken. Veel leraren zaten tijdens de oorlog in het verzet. Daarover
werd pas veel later, door vriend geworden leraren, gesproken. Conrector Ringrose
zat in een Jappenkamp. Het HML gaf projectonderwijs, en oudleerling Lexa leidde
een groepje bij het Israel-project onder leiding van mevrouw Westerweel, die haar
kampervaringen diep in zich meedroeg. Zij had een kind in Israel en het project
liet de leerlingen zich verdiepen in de situatie van de Palestijnse vluchtelingen.
Het HML was de broedplaats van de latere Kabouterbeweging, en van de PSP, de Pacifistisch
Socialistische Partij. En Siem Boons manier van tegen de wereld aankijken verraadt
ook HML-invloed. Veel Indo's houden niet van vreemde, niet Indisch-Indonesische
stands op hun pasar, maar Siem en haar moeder hebben zich daar nooit door laten
leiden tot het weren van Afghanen, Indiërs, Vietnamezen. De stichting
achter Oooom Piet begon haar bestaan met het uitbrengen op 17 september 1997 van
Bevrijdingsdag, een ideeënnovelle van Wil Mannesse. Hij was Lexa's klasseleraar
en docent geschiedenis op het HML, en een heel belangrijke inspirator van veel
van zijn leerlingen. Bij de feestelijke boekpresentatie was Mieneke als trotse
moeder aanwezig, en Joke de Bondt, lerares Engels van Lexa en later van Siem Boon
op het HML verblijdde velen met haar komst. HML-koempoelan in Leiden. Een oude
vriend van het Amsterdamse Montessori Lyceum, Max Arian, in Limburg ondergedoken
tijdens de Tweede Wereldoorlog, deed mee aan het spel voor stemmen en beelden
waarmee Bevrijdingsdag werd uitgebracht.
Max bezorgde me in de 60-er jaren
een baantje als Executive Secretary of the Youth and Student Division of The World
Association of World Federalists. Lexa mocht het jeugdgedeelte van een WAWF congres
helpen organiseren, waarbij zij met de econoom Jan Tinbergen te maken kreeg. Die
zat ooit met haar vader Jean Klusmans op de HBS in dezelfde klas. Toen Jean arts
in ruste was, was hij er heel trots op dat hij deze byzondere man kende. Dokter
Klusman was toen psycho-geriatrisch patiënt , een goed woord voor iemand
bij wie de dementie een soort vlucht leek uit de deprimerende kampherinneringen.
Die zijn als je niet werkt heel moeilijk weg te duwen. Veel kinderen van oorlogsslachtoffers
kenden dan ook het verschijnsel workaholic van hun vaders nog voor dat
woord bedacht was. Ook de jurist en polemoloog Röling steunde de beweging
voor One World, One Law.
En Lexa, die eigenlijk meer hield van One world
dan van Law, raakte zelfs betrokken bij de uitreiking van een erelidamaatschap
aan de in de Vietnamjaren, zacht uitgedrukt, omstreden McNamara. Twee byzonder
aardige Amerikaanse filantropen legden haar in Den Haag tijdens een ontbijtbespreking
in Hotel Des Indes uit dat McNamara achter de schermen zijn in Vietnam volledig
vastgelopen president Johnson probeerde te helpen iets anders te zijn dan alleen
Johnson-Moordenaar. [naar boven]
druppeltjes
tellen en andere erfenissen uit het koloniale verleden
Lexa leerde veel haar
dochter Rivke Jaffe, cultureel anthropologe, onder andere
dat ras een sociaal construct is.Interessant om te zien hoe iemand uit Cameroun past tussen al die Indische mensen die uit ons racistische koloniale verleden stammen. Mikel spreekt Frans en een beetje Engels,
maar geen Nederlands.Hij is getrouwd met een trouwe Oooom Piet medewerkster
van vroeger en schoolvriendin van dochter Rivke. Mikel is wat wij allochtoon noemen, niet een uit de jaren veertig of vijftig maar een allochtoon van nu. Wij moesten daarom "speels
en creatief" omgaan met de ellende van het Wildersdenken dat ook binnen de Oooom Piet=helpersgroep. voor bleek te komen.
In de koloniale tijd werden alle druppeltjes bloed geteld en zelfs
je salaris of je kat, je gaji- je loon dus, werd bepaald door hoeveel
Neerlands Bloed er door je ad'ren vloeide. Inderdaad, een totok kreeg meer voor hetzelfde werk dan een Indo, een zogenaamde gemengdbloedige. Het gaat hier niet over bloedarmoede,
maar over armoe van de geest.
Ook dat is een erfenis van tempo doeloe,
die goeie ouwe tijd toen mijn tante Lucy uit de Soos werd geweerd omdat het Indische
bloed haar huid iets duidelijker had gekleurd
dan die van haar lichter uitgevallen zus- die wel welkom was op diezelfde Soos.
De wortels
van het anti-allochtonengevoel ligt bij veel Indische mensen waarschijnlijk in
de traumatische ontworteling en de kwetsende gebeurtenissen zo'n halve eeuw geleden.
Herinneringen daaraan worden gelukkig steeds makkelijker met anderen gedeeld,
bijvoorbeeld met het nichtje van Oooom Piet. Herinneringen aan die kille ontvangst
in het Land van Herkomst, waar de zogenaamde repatrianten ook als ze niet eens
donker waren werden uitgescholden voor Inda-pinda, later met de toevoeging -Poepchinees. Terugschelden met
Kaaskop kon de pijn niet echt verzachten, en dus meent een te hoog percentage
Indo's dat je alle Marokkanen, Turken, Surinamers en Afrikanen in Nederland over
één kam kunt scheren en zelfs dat ze allemaal ongewenst zijn..
Discriminatie of racisme? Zolang mensen
maar één vrind hebben met een donkere huid vinden ze zichzelf geen racist. Misschien terecht, maar het is een dun lijntje dat zulke mensen van de echte racisten scheidt. [naar boven]
Ja, het schoolfrikkenbloed is royaal aanwezig bij Lexa en haar familie. En met fotoseries van 14 jaar reizen
in haar geboorteland, aangevuld met foto's uit de historische familievoorraad, zou zij graag iets gaan doen in bejaardenhuizen met Indische bewoners. De statuten van de 16 september stichting hebben het over
"kleur brengen in de grijsheid van de levens van ouderen". Met thee
en spekkoek of onde-onde en een goed groepsgesprek. Wie weet ook iets voor ooit in het Bibittheater.
Buiten Tong Tong doet Ooooma Piet behalve kinderactiviteiten in Indonesië ook weer af en toe schoolprogramma's in Leiden en omstreken. Misschien mag ze ook ergens op de Tong Tong Fair leuke dingen doen met de kinderen die de laatste jaren
weer in steeds grotere aantallen aanwezig zijn.
[naar boven]
|
| |

vleermuisvliegers met de O-O-O-O-M P-I-E-T letters die Tio al voor onze 1e
stand maakte

Marian en Lexa deden in 1997 samen de 1e Pasar met Oooom Piet- zij kenden
Komang al uit Bali en wilden hem toen al naar Den Haag laten komen- dat werd 2004
t/m 2010

2004- iets nieuws op de Pasar: de djaits van Oooom Piet achter hun trapnaaimachines

Marleen, van onze Tempat en met Cissy van OPWarungWeb, hier met dochter
Amber, ook een trouwe helper, bij ons zilver op 'de Pasar'

de geur van Indië-Indonesië-
kinderkookspul 
de geur van Indië-Indonesië-
tjengkeh, kruidnagel, hier
nog aan de boom- foto Ferry 
Komang en Cok voor het eerst bij Tong Tong in 2004 onder de payung kraton-
in tempelkleding- die foto prijkt nu in Jogja

Oooom Piet- herkenbaar door de vliegers 
2005- becak en vlindervliegers van 3 en 5 meter- we hebben dit alles nog
te huur 
wayang wong- wie van de twee is Komang? 
2006- bij de naaihoek moeten Cok en Wayan vreselijk lachen- ook de klanten
hebben pret 
dit meisje krijgt hulp bij het kiezen van een kruipbeestje- kinderen zijn belangrijk
voor ons 
2007- Cok als bikkellerares in de Bengkel 
de poppen van Ledjar in het Tropenmuseum 
Ooooma Piet speelt met Nanang met door zijn opa, Ki Ledjar, beschilderde maskers

Cok tekent op Bali een kebaya-patroon, haar specialiteit- ook in andere
kleding is ze goed
|